Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en misschien korten tifd als beurs gebruikt was1). Ze betaalden ook eene jaarlijksche rente, waarmee de kapel bezwaard was, uit2).

In 1602 werd besloten de huizen, die zeer bouwvallig geworden waren, te verkoopen en de kapel voor de Hervormde godsdienstoefening in orde te maken % De administratie werd ook sedert door de thesaurieren gevoerd; uit de inkomsten harer goederen werd de kapel onderhouden. Toen later die inkomsten te kort schoten, werd haar subsidie verleend4).

Moeilijkheden met de Staten zijn er over de kerkfabrieksgoederen niet geweest. Zooals ik hiervoor reeds meedeelde5),hadden de Staten in April 1579 — naar aanleiding van eene remonstrantie van Coolwyck — uitdrukkelijk vastgesteld, dat deze goederen „tot behoef van de Fabrycquen derselve Kercken" zouden mogen worden aangewend en zouden blijven „onder d'administratie van de Kerckmeesters".

In Amsterdam maakte men — zooals we bij de behandeling der pastoriegoederen zullen zien — in theorie, en dus waarschijnhjk evenmin in de practijk, geen scherp onderscheid tusschen dé kerkfabrieks- en de pastoriegoederen.

De pastoriegoederen

Deze waren bij lange na niet voldoende om in het onderhoud der predikanten te voorzien6). Wat aan hun tractement

ij Res, Vr. No. 5, fol. 341: 16 Aug. 1586: er wordt besloten de kapel „ledigh ende onbeleyt" te laten liggen (d.-w.z. niet als opslagplaats van koopmansgoederen te gebruiken) „tot een vergaerplaetse off Burse vanden coopluyden, die in tyen van regen wynt ende onweder opde nyeuwe brugghe geen vergaderingbe connen gemaecken."

2) Rap. v. thes. 1585, fol. 234; in volgende jaren dito.

5) Res. Vr. No. 8, fol. 770: 21 Jan. 1602.

4) Van Beeck Calkoen, t. a. pl., bl. 109—111.

6) Hiervoor, bl. 692.

«) In 1582 waren in Amsterdam vier Nederlandsche en één Fransche predikant werkzaam. Rap. v. thes. 1582, fol. 68 v«, 69, 69 v<>: de vijf predikantewoningen vermeld. — Reeds in 1579 meende de Vroedschap, dat „die gemeente moet hebbetf vyff duyteche ende een franchoise Predicant." Res. Vr. No. 4, fol. 62 en v°: 11 Juni 1579.

Sluiten