Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

taelinghe van de dienaers tot Weesp ende Muyden sedert dien tijt nodich was" 1).

Nadat Coolwijck de Staten van dat nieuwe onrecht hadin kennis gesteld2), werden Van Beveren en Oldenbarnevelt 4 Juni 1581 gecommitteerd „omme met de Magistraten van Amsterdam te communiceren, aengaende het innehouden van de voornoemde Goederen [nml. „van de Memorien, G'etyden, ende Pastoryen aldaer"]3), midtsgaders de penningen van het voornoemde rantsoen [waarvan „een halve stuyver op yder gulde" door de Staten in handen van Coolwijck gesteld was], ende voorts de selve Magistraten te volkomen uyt de Inkomsten van de Memorien ende Getyden aldaer, de betalinge van haerluyder Predicanten te laten volgen voor soo veel de selve strecken mogen, alsoo de selve ten dato van de satisfactie, tot onderhoudt van de Papen zyn verstreckt4) [nml. bij art. 19 der Satisfactie], ende sulcks de penningen van de Rantsoenen, den voornoemden Coolwijck te willen laten volghen, doende de Staten van alles rapport"5).

1) W. van Beuningen, t. a. pl.,' bl. 61. — Uit het hoofd der rekening over 1579 blijkt, dat onder de inkomsten ook gerekend werden de rantsoenen „opte verpachtinghe vande gemeene landtsmiddelen" van 1 April 1580 — 31 Maart 1581. — Een gedeelte der rantsoenen was ook tevoren voor de predikantsbetaling bestemd geweest. Res. St. v. Holl. 1578: 20 Febr [in: Bijdragen en Mededeeüngen van het Historisch Genootschap, deel 14, 1893 bl 55] en 1579 bl. 91 en 92: 8 Mei. — In 1578 had de ontvanger over het kwartier van Amsterdam, Gooiland en Amstelland, Reynier van Neck, „uut de oortgens vande verpachtinge gedestineert tot betalinge vande predicanten aanMr Pauwels Vos betaald f498—10-6 (volgens ordonnantie dato 11 Juli] en f 359-7-0 (volgens ordonnantie dato 18 October) „om by hem verstrect te worden tot betalinge vande predicanten." Doublet der rekeninghe Reiniers van Neck voor de Staten. 1578). In welke functie Vos, dikwijls gedeputeerde van Leiden in de Staten van Holland, dat geld ontving, is mn met gebleken. - De gemeene middelen van Weesp en Muiden werden ook m Amsterdam verpacht , " — u ...

*) Ook Leiden maakte er ach aan schuldig. Res. St. v. Holl. 1581. bl. 244:

4 Juni.

») Ook Gouda deed dat. Als voren.

4) De memorièn zouden dus buiten het beheer van Coolwijck blijven.

5) Res. St. v. HolL 1581, bl. 244 : 4 Juni. — Uit die resolutie blijkt, dat

Sluiten