Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het beheer over die halve stuivers bleef in handen van de Amstêrdamsche regeering. Van Beeck Calkoen heeft er reeds op gewezen, dat de bedoeling der Staten geweest was, dat de stad rekening en verantwoording over deze administratie zou hebbén afgelegd. De Amstêrdamsche regeering wilde daarvan niets weten; nog in 1611 besloot de Vroedschap op eene vermaning van de Staten te antwoorden: „aengesien dese stad nu eenighe jaren herwaerts in possessie is geweest vanden ontfangh ende distribueren van de voorsz. halve stuvers, soo uyt krachte vande affstant vande Satisfactie als andersints, soo wort verstaen, dat dese stadt om redenen voorsz., ende andere goede consideratien nyet gehouden is, vande voorsz. ontfangh aent gemene landt rekeninge te doen" ').

In het confl c met het Geestelijk Kantoor in Delft had Amsterdam de overwinning behaald: ook na December 1581 behield de stad — al was het gedeeltelijk tegen den zin der Staten — haar zelfstandigheid in zake de predikantsbetaling.

In het midden der zeventiende eeuw schreef de toenmalige ontvanger-generaal van het Geestelijk Kantoor in Delft in zijne rekening: „De goederen binnen Amsterdamme, gedestineert tot onderhoudt van de predn. aldaer, dese worden bij de magistraet aldaer verstreckt ende gedestineert naer believen" 2).

Amsterdam schijnt in de eerste jaren na 1581 niet altijd in het onbetwiste bezit dezer goederen gebleven te zijn. Wie het de stad echter lastig maakte, is mij niet gebleken. In het laatst van 1583 beklaagde Amsterdam zich bij de Staten; deze

!) Van Beeck Calkoen, t.a.pl., bl. 146. De aanhaling is ontleend aan Res. Vr. No. 10, fol. 59: 16 Aug. 1611. — Doordat Van Beuningen de rekening van den ontvanger-generaal over 1656 slechts onvolledig gepubliceerd heeft, laat zich daaruit niet opmaken, of de Amstêrdamsche regeering ook in dat jaar nog het beheer over de halve stuivers voerde. T.a.pl., bl. 114: „Andere ontfang van een halve stuver", etc. „Van den ontfanger van Dordregt; — Haerlem; — Delft; — Amsterdam; — Gouda, enz." Er zal in de rekening waarschijnlijk staan, dat hij van den Amsterdamschen ontvanger niet* ontvangen had.

-) Van Beuningen, t. a. pl., bl. 1001 uit de rekening over 1656. De rekeningen tusschen 1579 en 1656 heeft Van Beuningen niet gepubliceerd; er zijn er trouwens maar weinige bewaard gebleven (t. a. pl., bl. 40 en 41).

C. 20

Sluiten