Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verklaarden eerst, „niet gehouden te zyn, uyt krachte van 't 11 Art. van 't Contract, af te weren alsulcke actiën als yemandt soude willen pretenderen op de Geestelijcke Goederen in desen gheroert"1), doch besloten — toen de stedehjke regeering op hulp bleef aandringen — het advies van den Prins over de questie in te winnen2). Of en op welke wijze de stad geholpen is, heb ik niet gevonden.

De vicarieën juris patronatus laicalis.

De resolutie van 6 September 1578 3) werd door de Amstêrdamsche regeering volgens bevel der Staten, 10 September afgekondigd4). 17 Juni 1579 het zij bij klokkenslag bekend maken, dat de schepen Jan Pietersz. Reael door haar was aangesteld om de beneficiën en vicarieën juris patronatus laicalis te annoteeren. Binnen den tijd van eene maand moest ieder, die „bewint" had over zulke vicarieën, dus elke vicaris, eene authentieke copie „vande fundatie ofte stichtinghe yande zelve" inleveren met daarbij eene specificatie van de inkomsten, „met expressie vande namen vanden ghenen die den vruchten tezer tyt zyn betalende", op straffe van verstoken te blijven van die inkomsten. Jan Pietersz. Reael werd ook gemachtigd om het één derdegedeelte, dat voor de predikanten bestemd was, te innen. Deze regeling zou gelden, totdat door de Staten of door de Heeren van den gerechte anders geordonneerd zóu worden5).

De vraag is nu: werden deze tertiën door Reael aan Coolwyck, aan wien volgens de Staten-resolutie het beheer over het één derdegedeelte der vicarieën toekwam, afgedragen? Ik meen de vraag ontkennend te mogen beantwoorden, daar reeds 3 October 1578 in de Vroedschap besloten was de inkomsten van de vicarieën (waarschijnhjk van die „annex

1) Res. St. v. Holl. 1583, bl. 480: 5 Dec.

2) Res. St. v. Holl. 1584, bl. 41: 17 Jan.; bl. 57: 21 Jan. nam.

3) Hiervoor, bL 292.

*) Willekeuren G, fol. 171 en v«. 5) Willekeuren G„ fol. 194 v° en 195.

Sluiten