Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Staten hun standpunt in zake de redemptie nu ook schriftelijk hadden uiteengezet — was daarover zeer ontevreden. Zij vond, dat de acte der Staten indruischte tegen het te voren genomen rapport. Zij was ook niet bereid Calff of iemand anders — op deze wijze aangesteld — „int exerceren van tzelffde offitie... inne te laeten," om haar duurgekocht octrooi niet krachteloos te maken. In de herhaalde insinuaties immers was — wat de Staten ook verklaren mochten — slechts „conditionele1) affstant off renunciatie vande nominatie tot het zelve offitie gedaen." De Vroedschap gaf aan de Burgemeesters de vrije hand om „haer penninghen ende interesse van dyen by sulcke wegen ende middelen te vercrijghen als zyluyden dan te raede zullen vynden." Zij droeg hun tevens de tijdelijke waarneming van het schoutambt op, „alzoe dese Stad zeer populeus es van diversche natiën ende alsulcx zonder toesicht nyet en dyent te wesen omme alle quaet voornemen te verhoeden" 2).

12 Juni verklaarden de Staten — na de ontvangst van eene Amstêrdamsche acte — dat zij „het Officie van het SchoutAmbacht van Amsterdam noyt hebben bemoeyt, anders dan ten bywesen van de Gedeputeerden van Amsterdam" en dat zij slechts op diens verzoek aan Zijne Excellentie hun advies door gecommitteerden hadden 4<>en toekomen. Zij waren niet van plan en waren dat ook nooit geweest „hun het voorsz. Schout-Ambacht, ofte de nominatie van een Schout, ofte andere Officiers verder te bemoeyen, dan het Gouvernement van syne Excellencie toelaet ende mede brenght." Hoewel de Staten meenden niet verplicht te zijn tot de lossing van het schoutambt, zouden zij er toch rapport over uitbrengen „elcks in den haren"3), om zoo eene nadere verklaring van hunne

1) Nml. indien er geen „verhandelinge ende verdrach" zou plaats vinden. Hiervoor, bl. 317.

2) Res. Vr. No. 4, fol. 158 en v°: 11 Juni. In Rap. v. thes. 1581, fol. 184 wordt gesproken over Burgemeester Reynier van Neck als „in syn leven schoudt by provisie."

3) Dat rapport is ook werkelijk verzocht. Op alle exemplaren van den beschrijvingsbrief dato 16 Juni is onderaan in den kant bijgeschreven, dat

Sluiten