Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heden dat toelieten — door de Burgemeesters uit kracht van 's Prinsen machtiging vervuld. Hoewel deze waarneming tot een bedenkelijken stilstand in de rechtspleging leidde*), konden de Burgemeesters toch niet besluiten hunne macht uit handen te geven: ze wenschten de „preeminentie als schoudt" aan zich te houden. Daar toch iets gedaan moest worden, stelden zij 24 Augustus aan de Vroedschap voor, uit kracht^ van de acte van autorisatie, een „gesubstitueerden schoudt" aan te nemen „omme byden zelfden als substituyt van Burgermeesteren die justitie by provisye geadnunistreert te worden." Terwijl de keuze van een schout altijd afhankelijk was van de goedkeuring van den Prins of van het Hof van Holland, die immers aan den voorgedragene de verzochte commissiebrieven konden verleenen of weigeren, bleef de stedehjke regeering door de benoeming van een „substituyt van Burgermeesteren" van elke inmenging vrij Daar de Vroedschap begreep, dat deze handelwijze bij de betrokken autoriteiten wel op eenige bedenkingen zou stuiten, droeg zij de Burgemeesters op om de „preeminentie deser stede competerende van tschoutambacht' in geval van molestatie, hetzij door de Staten, hetzij door iemand anders, met kracht te verdedigen3).

Men dacht er over Willem Martsz. Calff, den gewezen schout, als ^gesubstitueerden Schoudt" aan te nemen4), doch slechts op zoodanige voorwaarden, dat voorkomen zouden worden „die loquaturs zoe op zyne rekenynghe gestelt ende gevoyeert" als de „faulten", die verder in zijne ambtsuit-

1} De Burgemeesters vonden, dat het hun werk niet was om tegen de gevangenen te „procederen". Res. Vr. No. 4, fol. 173 v», 2) Res. Vr. No. 4, fol. 166: 24 Aug. 1581. 8) Res. Vr. No. 4, fol. 170: 28 Aug. 1581.

«) Dat men er over dacht Calff in deze geheel aan Burgemeesteren ondergeschikte positie te plaatsen, weerlegt TER GoUw's vermoeden (uitgesproken in Deel VB, bl. 385. noot 1): „'t Schijnt echter, dat Calff zich daann [nml. in het feit. dat de schout ondergeschikt was aan de Burgemeesters] met wel heeft weten schikken, want na verloop der drie jaren, waarvoor hi, was aangesteld, begeerden de burgemeesters hem niet meer." - Dat men hem tenslotte niet begeerde, had een anderen grond.

Sluiten