Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op dien datum zal dus Jan Koenensz., de substituut van Burgemeesteren, zijn taak aanvaard hebben1).

De stedehjke regeering had nooit de hoop opgegeven nog eens van de betaling van de pacht van het schoutambt ontslagen te worden. In het Accoord tot afstand van de Satisfactie werd eindelijk die wensch — het laatst geformuleerd in art. 11 van het ontwerp van 17 November 1581 *) — vervuld.3) Art. 15 van het Accoord luidt: „Sullen die van Amsterdamme quijt ende ontslaghen blijven van drie hondert ponden 's Jaers van het Schout-ambacht binnen der selver Stede: ende sal voorts 't voorsz. Schout-ambacht met alle de emolumenten in haren handen blijven, tot dat by denStaten henheden uyt de domeynen ofte anders, alsulcke twintigh duysent ponden van XL grooten sullen wesen betaelt, die sy daer voren hebben ghefourneert, ofte tot dat de Staten met hen daer op anders sullen wesen geaccordeert." V g M

In Februari 1582 heten de Staten door de Rekenkamer aan Hans Colterman, den rentmeester van Kennemerland, die altijd die pachtsommen bij halfjaarhjksche termijnen had ontvangen, gelasten zich naar dat artikel te regelen en dus „die van Amsterdam van haerluyden Pacht van het SchoutAmpt ongemolesteert te laten" 4). De tot 20 December 1581 verschuldigde pacht werd sedert nog aangezuiverd 5).

1) Wagknaar: Amsterdam, Stuk ffl (Deel VU. Boek I), bl. 284: in een naamlijst van schouten: 1581-1584: Jan Koenensx. Substituut van Burgemeesteren. — In Groot-Memoriael No. 2 komt geen contract met Koenensz. voor.

2) Hiervoor, bL 99. .

8) Het droeg niet de goedkeuring van Enkhuizen weg: in de hiervoor Ibl. 112 en 113) besproken resolutie verklaarde de stedelijke regeering. „dat men eerst ende voor al daer op sullen hooren het advis van de Reeckenkamer omme als dan daer inne te disponeren naer behooren. In de verklaring Hiervoor.bL 114) zelfs: „dat die van Amsterdam hun behooren te reguleren, ende onverbreekelijck naer te komen hare Brieven van beleemnge ende dienvolgende de voorsz. drie hondert ponden 's jaers te betalen. Kes. St v. Holl. 1582, bL-43—45: 26 Jan. nam.

*) Res. St. v. Holl. 1582, bl. 53: 12 Febr.

5) Rap. v. thes. 1583, fol. 171: pacht van 12 April 1581-20 December

Sluiten