Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xvn

Van de Rigspula is een kort slot verloren gegaan.

xvm

Er is geen reden om met H. Gering [Die Lieder der alteren Edda, zweite auflage, 1904) aan te nemen, dat in Rigspula van de strophen 7 en 21 de vierde „langzeile" verloren is.

XLX

Terecht leest J. Franck (Die Ueberlieferung des Hildebrandsliedes, Zeitschrift für deutsches Altertum, 47, 1904, S. 1 ff.) v. 8—11 van het Hüdebrandslied (W. Braune: Althochdeutsches Lesebuch) in de volgorde: 8«—8b + 9*>, 10*—9», 11^, met de caesuur voor hwelihhes en eene lacune na eddo.

XX

Uit het lied van Walther von der Vogelweide: AUerêrst lebe ich mir voerde, etc. (Lachmann 14, 38, Paul 83) laat zich niet afleiden, dat de dichter aan de kruistocht van Keizer Frederik II heeft deelgenomen.

Sluiten