Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Jeanne d'Arc was steeds, En van haar prilste jeugd een reine maagd, Kuisen, onbesmet, zelfs in haar zielsgedachten.

Shakespeare, King Henry VI, I, 5, 4.

„De wereldhistorische beteekenis van deze verschijning," zegt Theodok Sickel, „gaat verder dan de grenzen van het land, tot wiens geschiedenis zij allereerst behoort. Reeds de tijdgenooten hebben het door hun deelname aan den dag gelegd: tot in het Oosten luisterde rijk en arm naar de verhalen over de heldenmaagd en te Regensburg werden reeds bij het leven der Maagd haar daden als schouwspel opgevoerd. En aldus hebben,ook de navolgende geslachten van alle landen in kunst en geschiedenis aan de verheerlijking der Maagd deelgenomen, die ons in haar beeld heeft getoond, wat geloof en vaderlandsliefde vermogen: een geheel volk medesleepen in den rechtvaardigen, zegevierenden strijd voor zijn onafhankelijkheid." (')

„Juist dit ligt menigmaal in het plan van de eeuwige wijsheid Gods, dat Hij voor de oogen van de wereld de wijsheid der wijzen door den eenvoud der kinderen beschaamt en met den zwakken leliestengel den trotschen eik neervelt; opdat de hoogmoed der spotters en de wijsheid der twijfelaars te schande worde en de wereld erkenne, dat er een God in den hemel leeft en Hij de Heer is en Hem de eer toekomt. Zulk een geschiedenis nu en onder eede gewaarborgd als er maar eene is door vele ooggetuigen is die van het herdersmeisje Johanna van Arc, naar haar groote overwinning de Maagd van Orleans genoemd; een geschiedenis, gróót en moedig en rijk in daden, gelijk die van den moedigsten ridder, leeder en liefelijk en roerend gelijk die van een heilige, godgewijde maagd, door en door echter met den levenden adem van God bezield, wiens wonderen overal daarin uitblinken, evenals de flikkerende sterren aan den stillen, nachtelijken hemel." f)

Het jaar 1909 was het jaar van Jeanne d'Arc. .Zoodra zij te Rome gelukzalig was verklaard, hebben vele Katholieken van Frankrijk zich geestdriftig op haar vereering geworpen. De feesten van Orleans vonden in het geheele land navolging: waar de Maagd ooit een voet had gezet, werd haar een altaar gewijd. Processies, vaandels, predikaties, gebeden, schatten van natuur en kunst

0 Historische Zeitschrift, 1860, IV, 329.

O Guido Görres, Die Junqfrau von Orleans, Regensburg 1834.

Sluiten