Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moesten de vereering en lieide voor haar verkondigen overal in Frankrijk, maar niet door alle Franschen.

Geen moderne natie kan op een figuur bogen gelijk aan Jeanne d'Arc, heldin, heilige, martelares. (*)

„Johanna is niet alleen een nationale heldin van Frankrijk, maar ook een Heilige, een geheel wonderbare, aantrekkelijke en beminnelijke. Naar het bloed behoort zij aan de Franschen, naar de deugd aan .de gansche Christenheid. Haar leven is niet alleen wonderbaar in zich zelve, maar ook van groot gewicht voor de geschiedenis." O

„Het leven der Maagd van Orleans, haar daden, haar dood, haar verheerlijking, hebben iets zoo zeldzaam schoons, verheffends, ideëels, buitengewoons, dat men bijna geen tweede voorbeeld daarvan in de geschiedenis ontmoet. Terecht noemden de tijdgenooten Johanna en haar daden „een wonder" en „een geheimenis". Wij bewonderen in Johanna niet enkel iets bovennatuurlijks, iets heldhaftig deugdzaams en heiligs, hetwelk ons als Katholieken aantrekt, verheit en sticht, maar ook iets algemeen menschelijks, ja, in haar wezen, haar karakter en in haar lotgevallen de schoonste uitdrukking van edele menschelijkheid. Ontroering en geestdrift wedijveren hier met elkander. (')

„Daar treedt in de wereldgeschiedenis geen tweede persoonlijkheid op, die door het buitengewone van geheel haar verschijning op één lijn kan gesteld worden met de bevrijdster ' van Frankrijk.

Dat Alexander de Groote binnen dertien jaar een werelddeel veroverde, dat Napoleon door een reeks van overwinningen Europa ten onder bracht, we kunnen het verklaren uit de bekwaamheid dier veldheeren en uit de toestanden, die den ondergang der onderworpen landen moesten verhaasten.

Het Bijbelsch verhaal over een Jahel, die een pin in de hersenen van den vijandelijken aanvoerder Sizara dreef, of van een Jcdith, die met eigen hand Holofernes' hoofd afhiew, doet ons vrouwelijken durf bewonderen^ gedreven door een diep gevoel van stamverwantschap.

Maar een raadsel is het voor het menschelrjk verstand, hoe — om het platweg te zeggen — een boerinnetje van zeventien jaar, dat noch lezen, noch schrijven heeft geleerd, voor wie de regelen der krijgskunde een gesloten boek waren, onervaren in alles wat aan het koninklijk hof en in het leger gebruik en wet was — niet enkel beweert, Frankrijk van de Engelschen te zullen bevrijden, maar ook, zonder dat zij zelf . een druppel bloed heeft vergoten, door haar tegenwoordigheid, haar beleid en haar stoutmoedigheid er in slaagt, binnen enkele weken te herwinnen, wat in tachtig jaren verloren was gegaan. (*)

0) G. Hanotaux, Jeanne d'Arc in Revue des Deux-Mondes, 1910, p. 241—242. O Stimmen dus Maria°Laach, 1909, p. 1—2. C) Stimmen aus Maria'Laach, 1909, p. 141.

(*) K. j. Derks S.j. Jeanne d'Arc in Geloof en Wetenschap, 1910, p. 5—6.

Sluiten