Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kngelsche krachten gespannen hield, heeft Karel VII zijn laatsten man geofferd en zijn laatsten daalder uitgegeven. Alles heeft men beproefd, alles was vergeefsch. De toestand was hopeloos. Maar Hij, „die Zijn macht aan de vorsten mededeelt,"

verlaat nooit dengene, die óp Hem zijn vertrouwen stelt En

om beter Zijn arm te doen gevoelen, bedient zich God somtijds

van de zwakste werktuigen Toen voor Frankrijk het uur

der ontferming sloeg, om dit zoo hard geteisterde rijk van de verdrukking te bevrijden, koos God niet een Jozue, niet een Gedeon, maar omdat Hij, volgens de opmerking van een anderen tijdgenoot, toonen wilde, dat alle kracht van Hem is en dat Hij al Zijne werken wonderbaar doet, — bezielde en sterkte Hij een zwakke en teedere vrouw, welke onberispelijk in de beoefening van een engelachtige reinheid geleefd had: door een eenvoudig boerenmeisje zoude de goddelijke hulp openbaar worden." C)

II: De Bronnen voor de geschiedenis van Jeanne d'Arc.

Het is veiliger uit de bronnen het water te halen, zeiden de oude wijsgeeren. Er is onmenschelijk veel over Jeanne d'Arc geschreven, maar er is in vele van die geschriften erbarmelijk tegen de waarheid gezondigd, hetzij te kwader, hetzij te goeder trouw. Daarom is het zaak tot de bronnen te gaan, teneinde helder en zuiver water te putten. Deze bronnen zijn:

1. De akten van het proces, in 1431 te Rouen gevoerd, waarin Johanna veroordeeld werd. — De oorspronkelijke minuut van dit proces was in het Fransch opgesteld, behalve enkele stukken, volgens bestaand gebruik in het Latijn geschreven. Na de terechtstelling van Johanna, maar vóór den dood van Bisschop PiëRRE Cauchok van Beauvais, bracht Thomas de Courcelles, doctor van Parijs en een der rechters van Johanna, de stukken van het geding in orde en vertaalde de vijf en twintig ondervragingen, het requisitorium en de andere gedeelten van het Fransch in het Latijn. * Toen bestonden er dus twee minuten van het proces van 1431, een in het Fransch en een in het Latijn; beide zijn verloren gegaan. Van de Latijnsche minuut waren vijf afschriften gemaakt; drie bestaan er nog; twee worden er bewaard in de Nationale Bibliotheek te Parijs, een in de Bibliotheek van het Wetgevend Lichaam. Van de Fransche minuut zijn slechts stukken teruggevonden in het handschrift van Urfé.

In 1628 wees Edmond Richer, doctor van de Sorbonne, op de belangrijkheid en de tijdigheid om deze proces-akten uit te geven.

O G. du Fresne de Beaucourt, Hist de Charles VU. Paris 1882, II, 202.

Sluiten