Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zending van Jeanne d'Arc was voltooid." Nergens wordt gesproken van de verschijningen, van de voorzeggingen van Jeanne d'Arc of van de buitengewone feiten, die haar toegeschreven^ werden.

Jeanne d'Arc is gelukzalig verklaard; de heldhaftigheid deideugden en de heiligheid van haar persoon zijn door de Kerk erkend.

In Frankrijk deed de gambettistische afgevaardigde Fabre een voorstel om de gedachtenis van Jeanne d'Arc door een j aarlij kschen nationalen feestdag te herdenken. Zijn voorstel behaalde geen succes. De republikeinsche meerderheid vreesde daardoor aan de monarchisch-klerikale reactie een wapen in de hand te geven. Een invloedrijk man, de Senator en vrijmetselaar Jean Macé, stichter van de Ligue de l'Enseignement, had zich beslist daartegen verklaard. Een Duitsche Protestant „die door de geschiedenis der Maagd als een voorloopster van het Protestantsche beginsel het recht der gewetensvrijheid tegenover het klerikalisme staaft," stelde voor, om van de Meimaand een „J ohanna-maand" te maken. O

De ongeloovige en rationalistische geschiedwetenschap van onzen tijd heeft van Jeanne d'Arc's portret een misselijke karikatuur gemaakt. Mert stelt haar voor als een leugenaarster, een bedriegster, een hallucineerend, hysterisch, door suggestie bevangen schepsel, dweepziek, overspannen, droomerig, door priesters en monniken misleid. Zoo blijft er van het frissche, reine, kandiede, naïeve beeld ■Ier Maagd van Orleans niet veel over. Zij is niet meer het uitverkoren werktuig in de handen der goddelijke Voorzienigheid, die het zwakke en onaanzienlijke dezer wereld gebruikt om het sterke te beschamen, door wier hulp zij haar schitterende overwinningen bevocht en ten slotte de hoogste zegepraal behaalde, dat is, zich zeiven overwon, maar zij is de speelbal van haar ziekelijke verbeelding en overspannen zenuwen, van een baatzuchtige, eigenzinnige politiek.

Lichten wij dit toe door voorbeelden uit Engelsche, Fransche, Duitsche en Nederlandsche schrijvers.

„Jeanne's geloof aan openbaringen is niet te verwonderen," zegt de Engelsche schrijver Ireland, „wanneer wij de bijgeloovige lichtgeloovigheid in aanmerking nemen, welke in dit deel van het land heerschte." (2)

De Engelsche geschiedschrijver Turner verklaart de verschijningen van Johanna door een geestesziekte. „Wat de Maagd van Orleans overkwam, is hetzelfde, wat wij in den slaap ondervinden. Het verschil is alleen dit, dat de bedriegelijke verbeeldingen haar in

C) H. Semmig, Die Jungfrau von Orleans und ihre Zeitgenossen. Leipzig 1885, 256. Allgem. Zeitung, 1888, n. 126. O Ireland, Memoirs of Jeanne d'Arc, Londen 1824. 2 vols.

Sluiten