Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wakenden toestand overdag overkwamen, en dat zij haar evenals een voortdurend delirium tot aan haren dood nooit verlieten. Hadde zij langer geleefd, dan zou misschien de geestesziekte zichtbaarder

voor den dag gekomen zijn Van eenige harer daden kan men

aannemen, dat een krijgshaftige geest vroegtijdig haar begon te beheerschen, terwijl haar ziekelijke verbeelding aan de gevoelens van een eenvoudige, maar eerbare en gloeiende vroomheid figuren en tonen ontleende.

De feiten zijn zeker, ofschoon de den geest der Maagd

bewegende krachten duister zijn." (') Voor den beroemden Engelschen- geschiedschrijver Hallam is Jeanne d'Arc een onoplosbaar probleem. (2) Volgens de „Edinburgh Review" kan in het gansche leven der Maagd alles verklaard worden, zonder dat men een bovennatuurlijken invloed behoeft aan te nemen.-(*)

Henri Martin, die evenals Quicherat tot de liberale, dat is, tot de ongeloovige partij der Fransche geschiedschrijvers behoort, kan in zijn Fransche geschiedenis, welke door de Akademie met den hoogsten prijs gekroond werd, geen woorden genoeg vinden om zijn geestdrift voor de Maagd uit te drukken, maar om haar leven te verklaren komt hij niet verder dan de „inspiration du sentiment": L'inspiration du sentiment saura trouver de ces sublirnes folies, qui sauvent le monde." (*)

Mighelet vindt de beste verklaring voor de successen van Johanna in „1 e bon s e n s." „Wat haar succes bewerkte, dit was niet zoo zeer haar moed of haar visioenen, dit was veeleer haar

gezond verstand (son bon sens) De Maagd schiep om zoo te

zeggen onbewust haar eigen ideeën en verwezenlijkte ze ook; zij vormde uit dezelve figuren, zij deelde hun uit den schat van haar maagdelijk leven een schitterend en alles vermogend bestaan mee. Ja, voor godsdienst en vaderland was Jeanne d'Arc een heilige. Waar bestaat een schooner legende dan deze geheel onbestrijdbare geschiedenis!" (s)

Voor Vallet de Viriville is ook de beste verklaring van de Maagd „le bon sens élevé a sa plus haute puissafic e." (6) Maar een heilige mag Jeanne niet zijn en zal het ook nooit worden; evenmin wil Vallet van wonderen iets weten: „Het wonder, dat is, het abnormale, het bovennatuurlijke (voor ons het on-

C) S. Turner, History of England, London 1839. V. 535, 541. C) H. Hallam, View of Ihe State of Europe during the middle ages. London 1877. % 69.

(*) Edinburgh Review. 1857, 400.

O H. Martin, Hisl. de France. Paris 1878, VI, 132—303.

(') J. Michelet, Hist. de France. Paris 1861, VI, 176, 302.

O Vallet de Viriville, Hist. de Charles VU, Paris 1863, II, 54,55.

Sluiten