Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijke geesteskracht, welke door haar visioenen, dat is, door de daarmede overeenkomende zekerheid van een hoogere ingeving gesteund werd. (')

Haar ik, haar genius, is naar buiten getreden en in de gedaante van een Aartsengel en van de beide maagdelijke Heiligen verschenen. (')

„De kritische geschiedenis heeft ook aan de Fransche heldin haar ernstige rechten beproefd en haar uit het rijk van het wonderbare in den kring van het gewone trachten te trekken Er zijn

vier soorten van verklaringen van haar raadselachtig bestaan. De tijden van de beide eerste, haar voor een onmiddellijk werktuig van God of van den duivel te houden, hebben opgehouden. Maar men heeft ook in haar leven enkel een van de zonderlingste spelingen van het grillige toeval of ook een door de Fransche grooten fijn opgezet en uitgesponnen plan gezien om door eene, zooals het moest schijnen, bijna onmiddellijke hulp van den hemel den moedeloozen koning weer op te beuren. Na vier eeuwen kan echter ook wel de waarheid op een meer verstandige wijze tusschen toeval en menschenplan gezocht worden. Het voornaamste verklaart gedeeltelijk

haar vroeger leven Johanna heeft vroeger paarden gehoed; zij

bezat een buitengewone prikkelbaarheid van verbeelding; men vergete ook niet de politieke richting van haar dweeperij Opgeruimdheid en vroomheid waren een hoofdtrek van haar karakter, en aldus kon onder haar vaandel alles licht den stempel van een heiligen oorlog aannemen. Het^voordeel daarvan schijnen de Fransche veldheeren niet over het hoofd gezien te hebben. Men liet aan Johanna den schijn, omdat het volk in haar geloofde." (s)

Jeanne d'Arc is een pathologische verschijning, „omdat zij dingen ziet, die niet bestaan, daar zij de vaste overtuiging heeft, dat haar eigen gedachten haar door andere wezens ingefluisterd worden." (*)

„Voor Johanna was de wonderbare toestand, waarin zij zich verplaatst waande, in alle geval een werkelijkheid, een openbaring, een ontroering, hetwelk dan feitelijk den stoot tot de bevrijding van Frankrijk gegeven heeft. De wetenschappelijke ervaring evenwel kan hem slechts als een van die zeldzame en toch niet alleenstaande gevallen van het zieleleven beschouwen, in welke zonder patholo-

(l) J. F. Hecker, Ueber Visionen. Berlin 1848. O K. Hase, Neue Propheten. 1851.

(') Böttiger in AUaemeine Encyclopadie von Ersch u. Gruber. 1820, V, 120.

(*) A. Lkubuscher, Der Wahnsinn in den vier letzten lahrhunderten. Halle 1848.

Sluiten