Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gisch kenbare oorzaken helderzien en helderhooren de zinnen be-

beerscbt." (')

„Wat ons aangaat, wij twijfelen er aan, dat de visioenen van Jeanne d'Arc objectieve realiteit hadden, dat haar verschijningen gestalten waren uit die wereld." (2)

Hirzel wil van wonderen en objectieve realiteit der visioenen niets weten; volgens hem worden de beelden en de gedachten der Maagd naar buiten geprojecteerd en tegenover haar als belichaamde, reëele wezens geplaatst. (3)

„Op éérie .zaak vestig ik de aandacht, en deze onderscheidt Johanna zoo geweldig van alle zoogenaamde Heiligen der Katholieke Kerk: Zij heeft bij al deze visioenen niets met de Kerk te doen; zij vertrouwt daarvan niets aan haren biechtvader toe; zij leeft, geheel zooals het Protestantsche geweten, in onmiddellijk verkeer met de

hemelsche boden van God Het is het Protestantsche karakter in

het wezen van Johanna: Zij stichtte op den brandstapel het recht des gewetens, de autoriteit van de inwendige stem." O

J. M. Sterck"Proot levert in het Tijdschrift voor Geschiedenis, Land" en Volkenkunde, 1909, p. 92—108 een beschouwing over Jeanne d'Arc, waarin zij wel niet al de verklaringen en veronderstellingen van den naturalistischen romanschrijver Anatole France voor haar rekening wil nemen, maar toch haar betoog grootendeels aan hem ontleent. Het is niet duidelijk in dit weifelend opstel, wat zij eigenlijk wil. Sommige geschiedschrijvers laakt zij „omdat dezulke huil historische figuren veel te veel met de tinten van het prisma van hun modernen blik kleuren" volgens de woorden van Anatole France. Wij gelooven, dat zij aan datzelfde euvel mank gaat en wel een beetje te veel door den „modernen" Anatole France gebiologeerd is. Zij roemt in hem zijn „streng eritischen blik, groote belezenheid, helder oordeel." Jeanne's verschijning „ging door velerlei redenen al dadelijk onder in een bloeiend struikgewas van levende legenden." Groote intelligentie bezat ze niet, wel groote naïeviteit, soms boersch grof, soms hoog verheven van karakter. Haar verstandelijke ontwikkeling was en bleef zeer beperkt en haar slecht geheugen speelde haar bij haar proces dikwijls parten. Zij was geen heldin van het verstand, maar van het hart; zij werd niet geleid door logische beweegredenen, maar door vrome inspiratiën. Haar successen zijn vaak te danken aan het moment, aan de tijdsen landsomstandigheden, aan fortuin.

O R. Pauli, Bilder aus Alt-England, Gotha 1876, 303—333. .O G. Fr. Eysell, Johanna d'Arc. Regensburg 1864. --' O G. Hirzel, Jeanne d'Arc. Berlin 1875.

C"1 H. Semmïg, Die Jungfrau von Orleans mil ihren Zeitgenossen. Leipzig 1885.

Sluiten