Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Volgens H. E. Koopmans van Boekeren, die den Heer dient „in geest en waarheid" en de „vormen van den godsdienst missen kan, heeft Jeanne ondanks haar zeldzame begaafdheden, grootsch karakter uitstekende heldendaden en jammerlijke tegenslagen „veine , gelük, fortuin gehad. Van die „g e 1 u k s t e r" heeft zij geprofiteerd.

Wat Frankrijk in den beklagenswaardigen toestand, waarin het in de laatste jaren voor Jeanne's verschijnen verkeerde, voor haar redding noodig had, was een genie, 'een boven alles uitblinkende geest, een waarlijk groot karakter. Het genie, dat zich zelf bewust is genie te zijn en zich als zoodanig boven andere aardsche grootheid verheven gevoelt, vinden wij in den analphabeet Jeanne d'Arc. Haar goddelijke roeping wordt dan voor ons het zelfbewustzijn dat zij Frankrijk kan en dus moet redden. Zij heeft zich dit als taak gesteld, omdat zij de kracht daartoe in zich voelt, en zal het dus volbrengen. Door haar voorbeeld leert zij haren tijdgenooten, wat is plichtbesef en liefde voor het vaderland. Hiervoor is het noodig, dat zij zelf een weg bewandelt, die dood loopt op den brandstapel. In Godsnaam, zij zal daardoor haar doel bereiken en zij zal Frankrijk redden.

Wanneer de innig-vrome Jeanne zegt: „goddelijke roeping', en wij zeggen: „genie", geven wij dan niet elk een andere benaming aan hetzelfde begrip?" O

„Hoe vreemd dit ook moge klinken over een persoontje, dat op negentien jarigen leeftijd levend wordt verbrand, toch blijft het waar: Jeanne heeft in haar leven veel geluk gehad. Maar ook dat heeft zij gemeen met de meeste groote figuren, die zich op hetzelfde gebied bewogen hebben.... In het heetst van het gevecht en bij haar eigenaardige wijze van strijden steeds in het voorste gelid en op het gevaarlijkste punt, dient Jeanne het geluk, dat aan zoovele beroemde veldheeren is te beurt gevallen, als zij „onder een dichten kogelregen, die hunne troepen decimeerde," zelf ongedeerd bleven." (')

„Voor mij persoonlijk bestaan er geen Heiligen in den zin der Katholieke Kerk en ik geloof dus niet aan hunne wonder-verschijningen." (3)

Het verhaal van Johanna's leven heeft ruime uitbreiding gevonden tengevolge van het onderzoek, door Rome voor de Zaligverklaring ingesteld. De algemeene nieuwsgierigheid werd gewekt door de algemeene godsvrucht. De wegen, de steenen hebben hun getuigenissen geleverd. De vurigheid der schrijvers heeft hun ijver gevoed,

C) H. E. Koopmans van Boekeren, Jeanne d'Arc. Amsterdam 1916, p. 189. (2) Ibidem, p. 192—193. (*) Ibidem, p, 190.

Sluiten