Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De eenvoud, maar ook de duidelijkheid dezer verklaring laten niets te wenschen over: zij draagt alle kenteekenen van geloofwaardigheid. Jeanne herhaalt, toen zij voor Karel VII verscheen, deze plechtige verklaring: „Doorluchtig Heer, ik ben gekomen en ik ben door God gezonden om aan het Rijk en aan U hulp te brengen." (*) Zij schrijft aan den Koning van Engeland: „Geef aan de Pucelle, welke hier door God, den Koning der koningen, gezonden is, de sleutels van al de goede steden...." Zij herhaalt het iederen dag gedurende dat lange rechtsgeding, waarin zij door de menschen verlaten, door de hulp van haar stemmen dikwijls gesterkt -werd: „Wat ik doe, is slechts een bediening. (2) Al wat \k goeds gedaan heb, heb ik op bevel der Stemmen gedaan. (') In plaats van in Frankrijk te zijn gekomen zonder de machtiging van God, zou ik liever willen, dat al mijn ledematen door vier paarden uiteengetrokken werden." {*) Het is dus niet enkel patriotisme, hetwelk haar aangezet heeft. Ongetwijfeld had zij altijd haar land liefgehad; maar nog veel meer, sedert de Heilige Michael haar medegedeeld had „het groote lijden, dat in het Fransche rijk heerschte;" en zij besloot eerst dan om te vertrekken, toen hij haar beloofd had, „dat God haar zoude helpen." Zij schrijft zich zelve er niets van toe, dat zij aldus door God is uitgekozen, maar zij weet, dat zij het is en zij verklaart het. heel eenvoudig: „Het heeft aan God behaagd, aldus te doen door een eenvoudige maagd om de vijanden des Konings terug te jagen." (5) En in een opwelling van verontwaardiging verheft zij zich boven hen. die haar oordeelen, en durft Gauchon in zijn gezicht te zeggen: „Gij zegt, dat gij mijn rechter zijt; bedenk wel, wat gij doet; want, voorwaar, ik ben door God gezonden." (') Op het schavot is dit haar laatste kreet: „Neen, mijn Stemmen hebben mij niet bedrogen. Ja. mijn zending kwam van God." Na zoovele en zoo heldere getuigenissen, welke steeds zonder de minste wijziging worden afgelegd, is er geen twijfel meer'mogelijk: Jeanne werd met een goddelijke zending belast, of zij moet gelogen hebben en door zinsbegoocheling misleid zijn. (')

4"; De bestrijders van Jeanne d'Arc beweren wel, dat zij niet door God werd gezonden, dat zij enkel door patriotisme werd gedreven, dat zij leed aan hallucinaties, dat zij hemelsche stemmen meende te hooren, doch dat deze in werkelijkheid niet bestonden. Zij zetten fijn uitgedachte veronderstellingen en verzinsels op, maar

O Procés, III, 17. O Procés, I, 251. O ld. I, 133 en 183. O Idem, I, 174. P) Idem I, 145. (") ld., I, 62.

(') Guiraud, l.c. I., 393—394.

Sluiten