Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij leveren geen enkel bewijs en de eeuwigheid zal nog'kort zijn, voor zij er een hebben gevonden.

5". Het beginsel, van waar de tegenstanders van Jeanne uitgaan, deugt niet. Dit beginsel is zuiver rationalisme, loochening van alles wat bovennatuurlijk is, dus ook loochening van iedereh bovennatuurlijken invloed van God cri van de Engelen op de wereld en de handelingen der menschen. En het doel deugt bij velen evenmin: dat doel is bestrijding van het bovennatuurlijk geloof, bevordering van naturalisme en materialisme.

Maar heeft Jeanne d'Arc niet gelogen? Heeft zij ons niet bedrogen, niet iets wijs gemaakt? Wist zij zelf niet beter, dat zij geen zending van God had ontvangen?

Tweede stelling.

Jeanne d'Arc heeft niet gelogen, maar de waarheid gesproken.

1'. Zelfs het meerendeel van Jeanne's lasteraars durven niet vol te houden, dat zij gelogen zou hebben.

2-. Als men zoo boud weg beweert, dat Jeanne zou gelogen hebben, moet men bewijzen inleveren en wel deugdelijke bewijzen, die doorslaan. Waar zijn ze? Het eerste moet nog aangevoerd worden. Integendeel, heel het optreden van Jeanne draagt den stempel der oprechtheid en waarheidsliefde.

Een boerenmeisje, uit arme ouders geboren, dat geen ander werk had gekend dan veldarbeid en de zorg voor een arm huishouden, heeft een zoo moeilijke onderneming als zij volbracht heeft, niet zelf kunnen uitdenken en door haar eigen krachten tot een goed einde kunnen brengen. Zij is daartoe niet door haar ouders aangezet; deze waren uiterst bedroefd toen zij buiten hun weten vertrokken was, om ze uit te voeren. Zij werd daartoe niet opgeleid en geoefend door de geslepen krijgskunde van een derde; zij was niet van dien leeftijd en de gesteltenis, om zich daarvoor te leenen en om ze door te zetten met de standvastigheid, welke zij getoond heeft. De Maagd verklaart, dat zij op dertienjarigen leeftijd haar eerste openbaringen hééft ontvangen; zij was slechts zeventien jaar, toen zij zich aan den Koning aanbood. Op dien leeftijd neemt men geen rol zoo vol geveinsdheid aan en houdt men haar niet lang vol." O

„Het zoo levendige, zoo blijde, zoo eenvoudige voorkomen van haar karakter, haar steeds zoo reine leven, haar bescheidenheid en haar belangeloosheid zijn voldoende, om ieder vermoeden van bedrog te verjagen. Wat zou het arme kind gewonnen hebben met te liegen? Verlangde zij uit ijdelheid haar familie te verlaten en aan het Hof te komen? Neen, want zij ontstelde van de woorden des Engels, die haar zeide, dat zij Frankrijk moest helpen, en zij weigerde eerst, verzekerend, dat zij een arm meisje was, dat zij geen paard kon rijden en

H Airoles, Le vraie feonne d'Arc, I. 338. .

Sluiten