Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen oorlog kon voeren. Later, na de zalving van Reims, zeide , zij ook: „lk wenschte, dat het God, mijnen Schepper, behaagde, dat ik nu huiswaarts keerde, de wapenen vaarwel zeide en terugkeerde om mijn vader en mijn moeder te dienen, hun kudden te hoeden met mijn zuster en mijn broeders, die zeer blijde zouden zijn, dat zij mij zagen." O Werd zij door een ƒ dweepziek patriotisme gedreven om te zeggen, dat zij door God was gezonden, ten einde de geesten gemakkelijker te misleiden? Maar welken zin zou dan heel het verhaal van haar eerste verschijningen gehad hebben, waar slechts spraak is van haar zending, waar de Engel haar enkel zegt, dat zij een goed kind moet zijn en de kerk trouw bezoeken moet? En is het waar" schijnlijk, dat een zoo jeugdig meisje, een ongeletterd boerinnetje, haar rol zoodanig zou hebben kunnen volhouden, dat zij den Koning, de ridders, de soldaten, heel het volk bedroog, dat zij zich nooit vergiste en dat zij zich, gedurende heel het proces, nooit tegensprak?" (')

3'. Maar den besten waarborg voor de oprechtheid van Jeanne d'Arc hebben wij in het feit, dat zij haar geloof in haar zending met haar leven bekrachtigd heeft. In gevangenschap, door den Koning verlaten, door de geslepen en spitsvondige vragen van» haar rechters bestormd, wel wetend, dat men haar het leven niet zou laten, dan wanneer zij haar visioenen ontkende, bevestigt zij ze vrijmoedig en ferm, omdat zij alleen.de waarheid kan zeggen, al was hel; ten koste van haar leven. Men dreigt haar met den vuurdood; zij antwoordt met een onverzettelijke halsstarrigheid: „Zoo ik voor d6 rechtbank stond, zoo ik het vuur zag ontstoken, de takkebosschen opgestapebi en den beul om het vuur op te stoken, en zoo ik zelf in het vuur was, zou ik niets anders zeggen en zou ik tot den dood volhouden, wat ik gezegd heb?" Inderdaad, dat is haar overkomen. Hoe kan men haar nu nog van list en veinzerij verdenken? (*)

Nu men niet kan volhouden, dat Jeanne d'Arc gelogen heeft, zoekt men een anderen uitweg: men neemt zijn toevlucht tot zinsbedrog en zinsbegoocheling of hallucinatie.

AHe rationalistische geschiedschrijvers, alle half geleerden, die a priori al wat bovennatuurlijk is loochenen en liever de meest fantastische of erbarmelijke verklaringen aan de feiten geven, wanneer de heel eenvoudige oplossing van boven komt, hebben gemeend hun slag te kunnen slaan met dit verzinsel: Johanna was een mystieke, dus een verwarde geest. Anatole France heeft onder anderen deze stelling verdedigd. Hij roept uit: „Wat beteekent dat? Johanna had visioenen? Dit beteekent, dat zij hallucinaties van het gehoor, van het gezicht, van het gevoel en van den reuk had." (*)

C) Woorden van Jeanne d'Arc tot Dunois. Procés, III, 14. (=) Guiraud, l.c. I, 394—395. O Guiraud, l.c. I, 395.

(4) Anatole France, Jeanne d'Arc, XXVII—XXIII. j&jgJ;

Sluiten