Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij staan er werkelijk boven, besluiten in naam van het gezond verstand de meeste geschiedschrijvers.

Dit is een redelijke verklaring niet alleen van de drie voorzeggingen, welke j. Quicherat als ontwijfelbaar aanneemt, maar ook van de'andere voorspellingen" van Johanna en van haar talrijke visioenen van objectieve gebeurtenissen. (*)

De gehallucineerde is een persoon, die wakend droomt rlie meent te zien en te hooren, wat anderen niet zien, niet hooren Hallucinatie is een voorbijgaande krankzinnigheid, welke gepaard gaat met een verzwakking van eigen wil en van het verstand. In dezen overprikkelden toestand zijn de gewaarword^ beelden, de gedachten die bij de lijders ^omen zoo onsamenhangend, zoo onlogisch, zoo ongemotiveerd, dat men terecht bij zulke personen van krenking der geestvermogens kan spreken. De hallucinatie treedt in buiten den wil van den daaraan onderhevige persoon en is een pathologisch verschijnsel, dat onafscheidelijk met dwalingen samengaat.

Kunnen wij bij Jeanne iets dergelijks opmerken l Zeker, zij hoort en ziet, wat anderen niet hooren en niet zien. Als dit verschijnsel zich bij haar niet voordeed, viel zij m het kader der gewone menschen. De vraag is, of zij deze gewaarwordingen ondervond onder de zooeven beschreven omstandigheden.

Jeanne weet steeds het ware van het valsche te onderscheiden zii geeft zich, te midden hare verschijningen, steeds rekenschap van hetgeen er rondom.haar geschiedt. Den'hertog van Alencon waarschuwt zij, voorgelicht door haar Stemmen, een andere plaats in te nemen en houdt, terwijl de Stemmen tot haar spreken, de bewegingen van den vijand in t oog. Nergens vinden wij vermeld, dat men haar ooit onbewegelijk, als m extase of buiten zich zelf heeft aangetroffen. De karakteristieke bijzonderheid harer verschijningen is juist, dat deze haar nooi* het minste ter wereld hebben belemmerd met nauwkeurige zekerheid de uitwendige feiten waar te nemen. Op het schavot te Rouaan hoort zij haar Stemmen even duidelijk tot haar spreken, als zij den predikant verstond, wiens laffe woorden over Karel VII zij onderbrak.

Nooit is zij betrapt op wartaal of onsamenhangende gezegden: woord en daad zijn bij haar in alle omstandigheden - volkomen gemotiveerd; zij is zoo logisch en consequent, dat de meest listige rechter door haar juiste, zakelijke rol beschaamd werd; zij heeft een vastheid van wil en doorzettingsvermogen, dié allen in haar partij, van den Koning tot den minsten soldenier, haar konden benijden.

Bovendien moet een gestel, dat aan hallucinatie onderhevig is, min of meer abnormaal zijn. Ook daarvan is bij Jeanne geen spoor. Haar lichamelijke ontwikkeling bleek bestand te zijn tegen de vermoeinissen en ontberingen, welke het krijgsmansleven, althans zooals zij het voerde, noodzakelijk met zich brengt.

(*} Ph. Dunand. La Vie de Jeanne d'Arc de M. Anatole France, Paris 1908, p. 58—59.

Sluiten