Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heilige Catharina te Fierbois geweest; zij deed er een zwaard opgraven. Aan Beaudricourt, den bevelhebber van Vaucouleurs, deelde zij den 12 Februari 1429 mede, dat de Dauphin een groote nederlaag bij Orleans had geleden; op dien dag verloor de Dauphin den slag van Rouvray.

b) Zij kende met zekerheid de geheimste gedachten van gepaalde personen. — Karei VII twijfelde aan de wettigheid zijner geboorte. Te Chinon stelde Jeanne hem gerust en verklaarde hem in naam van God, o>t hij de ware erfgenaam van Frankrijk èn de zoon des konings was. Tot bewijs herinnerde zij hem aan een inwendig gebed, dat men voor deze zaak alleen ten jare 1428 gestort had.

c) Jeanne kende en voorspelde toekomstige feiten. — Te Poitiers verklaarde zij, dat zij Orleans zoude bevrijden. Te Orleans voorspelde zij, dat zij gewond zoude worde. Zoo voorzegde zij, dat de slag van Patay niet verloren zoude worden, dat de tocht naar Reims veilig zoude slagen, dat de Bourgondiërs zich met de Armagnacs zouden verzoenen, dat de Engelschen binnen zeven jaren Parijs en alles, wat zij in Frankrijk bezaten, zouden verliezen.

Zesde stelling.

Stemmen, dat is, afgezanten van Qod hebben tot Jeanne d'Arc gesproken, namens God haar voorgelicht en de taak opgedragen Frankrijk te bevrijden.

lo. Jeanne bezat in allé oprechtheid de vaste overtuiging stemmen van buiten haar te hooren, verschijningen van Engelen en heiligen buiten haar te zien, niet door subjectieve aandoeningen of* verbeeldingen begoocheld te worden. Dit staat buiten allen twijfel. Zelfs Anatole France moet dit toegeven. „Jeanne geloofde werkelijk," schrijft hij, „dat zij stemmen hoorde, die tot haar spraken en uit geen menschenmond voortkwamen. Ik twijfel niet aan de eerlijkheid van J eanne. Niemand kan haar van leugen verdenken."

2e. Heeft Jeanne misschien enkel maar gemeend, al was het ter goeder trouw, objectieve stemmen te hooren? Is zij niet de dupe van zfch zelf en duizenden van haar geweest?

Neen. „Ik zag hen," zzoo verklaarde Jeanne aan haar rechters, „met mijn lichamelijke oogen zoo duidelijk als ik u zie, en wanneer zij heengingen, weende ik meestal en wenschte, dat zij mij zouden' medenemen..:... Ik geloof het even vast als ik in God geloof."

3e. De rechters wilden Jeanne juist omtrent deze verschijningen vangen en in de engte drijven; voortdurend kwamen zij bij hun ondervragingen daarop terug. Maar het gelukte hun geen enkele maal Jeanne op een onwaarheid of op een tegenspraak te betrappen. Al wordt zij bedreigd met folteringen, ja, in het gezicht van den vuurdood, houdt zij haar innerlijke overtuiging staande en spreekt het met ondubbelzinnige eerlijkheid uit, d^at zij door de zaligen des

Sluiten