Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hemels bezocht werd. Met niet minder beslistheid bleef zij verklaren, dat deze heiligen de boden van God zelf waren, dat dus alles, wat zij volgens aanwijzing en onder den invloed der stemmen deed, volgens het verlangen van God zelf geschiedde.

„Aldus leefde in Jeanne de diepe overtuiging, dat zij in al hare daden, tot zelfs in 't ontwerpen van haar standaard, „le bon plaisir de Dieu" volbrengt. Op Gods bevel moet zij haar ouderlijk huis verlaten om haar vaderland en haar koning van den ondergang te redden. En dit op geheel ongewone wijze. Zij, het kind, de jonge maagd, opgegroeid in de werken des vredes en van stille huiselijkheid, moet door strijd en oorlogsdaden aan Frankrijk zijn zelfstandigheid teruggeven. Beter dan iemand voelt zij zelf de schrille wan- i verhouding tusschen deze reusachtige opdracht en haar zwakke i krachten. Met natuurlijken tegenzin volgt zij deze roeping, maar zij ] volgt met een opofferenden, fieren heldengeest, waarvoor geheei Engeland siddert. Niet zij handelt, maar God in en door haar. In Hem wortelt haar vertrouwen, haar moed en volharding te midden van alle moeiten, gevaren en offers. In God overwint zij alles." O -r

4de Uit de brieven, die Jeanne aan de Engelschen deed schrijven . om hen te vermanen in vrede het land te verlaten spreekt dezelfde overtuiging, „dat zij door God, den Koning des hemels, gezonden is om hen uit Frankrijk te verdrijven." • $8

5e. Met kracht en klem betuigt zij voor de Commissie van onderzoek te Poitiers haar bovennatuurlijke leiding en zending; deze is gedwongen de klaarblijkelijkheid harer bewijzen aan te nemen.

6e. De tijdgenooten van Jeanne waren niet zoo lichtgeloovig, dat zij haar zoo maar op haar eerlijk gezicht geloofden. Met een der ondervragers te Poitiers zeiden zij: „Wij kunnen niet gelooven, wat gij ons daar vertelt. Wij moeten een bewijs hebben, waardoor de waarheid van uw bewering wordt bevestigd." Jeanne heeft nu die bewijzen geleverd. Vooreerst door de uitkomsten van hare ondernemingen, welke niet op natuurlijke wijze konden verklaard worden. Ten tweede, door vele nauwkeurig vermelde voorspellingen van zaken, welke Jeanne natuurlijkerwijze niet weten kon en welke aan God allen bekend konden zijn.

7e. Laat de rationalistische en ongeloovige geschiedschrijvers de Stemmen van Jeanne duizendmaal aan bewust of onbewust bedrog, aan hallucinatie, aan duivelskunstenarij of wat ook toeschrijven. Zij hebben nog geen enkel bewijs voor hun hypothesen geleverd. En zij moeten allereerst de bewijzen leveren, dat de Stemmen van Jeanne niet van bovennatuurlijken oorsprong waren. Jeanne heeft alle kenteekenen van waarheid en geloofwaardigheid voor zich; zij is dus in haar recht, tot bewezen worde, dat.dit niet zoo is.

0 J. Derks, 1. c. p. 45.

Sluiten