Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Maar hebben de rechters van Jeanne haar verschijiüngen niet aan feeën toegeschreven? Kunnen dus daardoor de verschijningen van de Maagd niet verklaard worden?

Neen, dat kunnen zij niet. In de nabijheid van Domremy bevond zich een zoogenaamde. „Peeënboom", een overblijfsel Uit den heidenschen tijd. Maar deze boom noch zoogenaamde feeën hadden met de verschijningen van de Maagd iets te maken. De boom diende in haar tijd als verzamelplaats voor de dorpsjeugd; zij ging er zich eenmaal per jaar, op den Zondag Laetare, vermaken, maar had niets met feeën uit te staan. Jeanne's grootmoeder had haar wel een en ander over die verblijfplaats der feeën verteld, maar zij had er zich weinig van aangetrokken en rondweg verklaard, dat zij er niet aan geloofde. Nooit heeft zij zich dan ook om dien boom of om de feeën bekreund.

Kan Jeanne niet onbewust door anderen, b.v. door geestelijken, bedrogen zijn geweeest? De geestelijken van Domremy en uit den omtrek Lebben van haar Stemmen gehoord en praten haar voor, dat zij naar den Dauphin moet gaan om het land te bevrijden. Het eenvoudige meisje begint dit nu ook zelf te gelooven en laat zich blindelings door de misleidende priesters als werktuig gebruiken.

Wij antwoorden hierop: a) Deze hypothese is wel fijn uitgedacht, maar hangt geheel in de lucht en steunt op niets, b) Veel van wat door Jeanne geschiedde, blijft dan onverklaard, c) Het was juist een grief der geestelijkheid te Domremy, dat zij nooit met hen over de verschijningen gsproken heeft; zelfs den pastoor van het dorp had zij er buiten gehouden." d) Jeanne heeft wel omgang gehad met verschillende geestelijken, maar er bestaat geen enkel bewijs, dat deze in bovengenoemden zin op haar gewerkt hebben.

Wat de verklaringen van Johanna over de Heiligen en de Engelen aangaat, kan volgens Quicherat „zelfs de strengste kritiek geen verdenking tegen het oprechte geloof der Maagd opwerpen." f1) Dezelfde geleerde vreest „groote moeilijkheden voor diegenen, welke den toestand der Maagd onder de pathologische verschijnselen willen rangschikken. Of nu de wetenschap daarbij haar rekening vindt dan wel niet, moet men toch, meent Quicherat, de visioenen

gelden laten Voor iedere voort van voorzeggingen (geheime

gedachten van anderen, buiten het bereik der zintuigen liggende voorwerpen, toekomstige gebeurtenissen) verschaffen de a'kten minstens een xoorbeeld, hetwelk op zulke degelijke fundamenten rust, dat men het niet verwerpen kan zonder de geheele geschiedenis zelf te verwerpen. (2)

„Het staat voor mij vast, dat Jeanne haar Heiligen gezien en

O Quicherat, Apercus nouveaux, etc. p. 45. C) Quicherat, Apercus nouveaux, etc. p. 60.

Sluiten