Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor zij in Orleans intrekt, verzekert zij, hetgeen onwaarschijnlijk scheen,, dat het konvooi van levensmiddelen zonder slag of stooft»? zoude binnenkomen.

„En zoo er onder de voorspellingen, die haar toegeschreven worden, zijn, die oogenschijnlijk niet vervuld werden, zooals die, welke haar intocht in Parijs, haar ontmoeting met den Koning der Engelschen, haar bevrijding, etc. betreffen, dan is de reden, dat zij in den vereischten tijd haar werk niet heeft kunnen voortzetten ,of dat men haar verkeerd verstaan heeft of dat zij zelf verkeerd heeft begrepen, wat haar Stemmen haar verkondigden." (*)

3". Nog blijft over het vraagstuk van het „teeken" of van de „teekenen". Hoe heeft Johanna zich doen erkennen als „door God gezonden?" Hoe heeft zij vertrouwen ingeboezemd aangaande hetgeen zij over haar zending mededeelde? Zij antwoordde aan de geestelijken van Poitiers, dat haar teeken zou wezen de vervulling. (2)

4*. Heeft Johanna mirakelen gedaan? Het volksgeloof schreef haar verscheidene wonderbare feiten toe; zij kon het doen donderen; zij kon zich in de lucht verheffen; door haar gebed zou het leven in een kind van drie dagen zijn opgewekt en zoo had men dat kind kunnen doopen. De rechters drongen er later bij Johanna op aan om zich omtrent die feiten te verklaren, maar zij kregen slechts ontkennende antwoorden van haar, eenvoudig en duidelijk, zonder omwegen of uitvluchten. Zij ontkent ze of zij weet er niets van. (*)

„Vóór alles is Johanna's zending wonderbaar. Zij is eigen- > lijk het geheim en het wezen van dit gansche leven. Johanna i moet op bevel van God haar vaderland en haar volk van den ondergang van zijn vrijheid en zelfstandigheid redden en op een geheel ongewone en buitengewone wijze: door oorlog, door wapendaden, zij, de maagd, het boerenkind, opgegroeid in de werken des vredes en der stille huiselijkheid. Zij zelf gevoelt meer dan iemand anders de wanverhouding tusschen haar taak en haar kracht. Met tegenzin volgt zij, maar zij volgt, en deze roep van God wekt in haar den heldengeest, waarvoor geheel Engeland siddert. Niet zij doet en volvoert het, maar God door haar. Deze overtuiging leeft in haar. Derhalve beroept zij zich bij al haar bevelen en "voorschriften op God en noemt zich den afgezant en een bode van God tot heil van Frankrijk. Daarin wortelt haar vertrouwen, haar moed en haar onverwinnelijk- • heid in alle moeilijkheden, gevaren en offers. Geen eigenzin, geen hartstocht, geen opblazerij drijft, haar voort. Zij gevoelt zich als het werktuig van God. In God overwint zij alles." (■)

„Een blik in het vervolg der geschiedenis kan ons het

(*) G. Hanotaux, 1. c. 488.

O G. Hanotaux, l.c. 489.

(') G. Hanotaux, l.c. 488—489.

(*) Stimmen aus Maria-Laach, 1909, p. 141.

Sluiten