Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Partijganger der Engelschen, de verwoedste, die er ooit was" (Sarrazin, Pierre Cauchon, p. 88), was hij de aangewezen persoon om de handelingen van dit snoode proces te leiden. De hertog van Bedford wist, dat hij dezen simonistischen bisschop naar zijn hand kon zetten, die Frankrijk had verraden om de beneficies, welke hij begeerde, van de Engelschen te krijgen en die reeds den dienst had bewezen, dat hij den beluchten wapenstilstand tusschen den hertog van Bourgogne en Karei VII zeer sluw bewerkstelligd had. Hem kon men alles vragen; hoewel dan ook de Universiteit van Parijs de gevangene had opgeeischt, haastte zich de hertog van Bedford om haar voor tienduizend franken van Jan van Luxemburg los te koopen en, daar er een kerkelijk rechter noodig was, haar aan den bisschop van Beauvais ovftr le leveren, op wiens terrein zij was gevangen' genomen. Maar de bisschop heeft alleen op zijn gebied het recht van te oordeelen en hij is gedwongen daarvan verwijderd te blijven, omdat Beauvais zich aan Karei VII heeft overgegeven. Zoo kan men vrij de stad kiezen, waar men Johanna zal oordeelen: het kapittel van Rouen, geheel'aan de Engelschen verknocht, staat de vereischle „concessie van gebied" toe. Met verachting van alle rechtvaardigheid zal de gevangene geoordeeld worden door haar vijanden in een vijandige stad; van dien tijd af is haar lot beslist.

Cauchon voegt zich als tweeden rechter den plaatsvervanger van den Inquisiteur van Rouen toe, een onbeduidend en vreesachtig persoon, die te vergeefs poogt zich aan de taak te onttrekken, welke men hem volgens bevel zal doen vervullen; als bijzitters kiest hij zelf drie kardinalen, tot wie de kardinaal van Engeland en Lodewijk van Luxemburg, kanselier van Frankrijk voor de Engelschen, belmoren ; eenige bisschoppen, hetzij Engelsche, hetzij uit de provincie Normandlë, bijna geheel aan de Engelschen verknocht, en tien gemijterde abten, zorgvuldig uit de Normandischö abdijen gekozen; bij deze lieden moesten er een zestigtal van minder belang gevoegd worden, die slechts aan een of twee zittingen van het proces deel namen en van wie velen niet tot de beraadslagingen werden toegelaten. De Universiteit van Parijs zond tn slotte naar Rouen zes afgevaardigden, die bij de zittingen tegenwoordig waren, er een kort begrip in twaalf leugenachtige artikelen van opstelden en deze zaak na hun terugkeer aan de vereenigde Faculteiten voorlegden, welke besloten Johanna aan de wereldlijke macht over te laten. Dit was het doodvonnis.

Johanna, met haar gewOon doorzicht, bedroog zich niet en, zoo zij haar rechters afwees, zij nam daarentegen nederig aan zich aan de Kerk te onderwerpen. Zij had van den aanvang van het proces af gezegd tot hen, die haar ondervroegen: „Geheel de geestèMfkheid van Rouen en van Parijs zou mij kunnen veroordeelen, zoo zij er

Sluiten