Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geen recht toe heeft." En van den anderen kant, aldus wijzend op het verschil tusschen haar kerkelijke rechters, welke haar proces zonder bevoegdheid voerden, en de Kerk, van wie zij het gezag erkende, herhaalde zij, dat zij de Kerk uit al haar macht wilde helpen en ondersteunen, dat zij zich aan de Kerk wilde onderwerpen, gelijk een goed christen dit doen moet, dat zij zich aan haar onderwierp en vroeg bij den Paus gebracht te worden." (Beaurepaire, Recherches, p. 381, 332, 308). Op den dag zelf, waarop men haar die gewaande terugtrekking, welke geheel valsch was, maar wier echtheid Michelet al zeer luchtig heeft opgenomen, deed onderteekenen, had zij opnieuw plechtig dit beroep op den Paus uitgesproken: „Ik beroep mij op God en op onzen Heiligen Vader den Paus." Haar rechters hadden zich er bij bepaald haar te antwoorden, dat men den Paus zoo ver niet kon gaan zoeken."

Het is onbegrijpelijk, hoe, ondanks de bepaaldheid en ondubbelzinnigheid der bescheiden, sommige schrijvers hebben kunnen beweren, dat Johanna „weigerde zich aan het oordeel van den Pau9 te onderwerpen." Juist het tegendeel is waar; zij heeft het niet alleen niet geweigerd, maar zij heeft zich bij herhaling daarop beroepen. Hoe kan men dan nog volhouden, dat de Kerk haar veroordeeld heeft, wanneer zij zelf zich op de Kerk beroept tegen de snoodheid van hare rechters? De geestelijken, die de rechtbank uitmaakten, waarvoor zij verscheen, waren evenmin de Kerk als de Universiteitsleden, welke daarin zitting hadden, de Universiteit waren. En wie denkt er aan om de Universiteit van onzen tijd verantwoordelijk voor den dood van Johanna te stellen! Maar in dien tijd voerde de Universiteit nog het proces door twaalf artikelen, wel is waar verminkt in een voor de beschuldigde ongunstigen zin, en op getuigenis waarvan zij eensluidend de veroordeeling uitsprak; terwijl de Heilige Stoel geen enkel bericht ontving, niet geraadpleegd werd en geen enkel advies uitbracht. Nog eens, welk deel heeft de Kerk aan het proces genomen?

De verantwoordelijkheid voor het proces, de veroordeeling en de terechtstelling van Jeanne d'Arc rust deels op Engeland, deels op de kerkelijke personen, die, de eene meer, de andere minder, tot de uitvoering van zijn plannen medegewerkt hebben. In welke verhouding? Dit zullen wij nader schatten en aantoonen.

Wie niet verantwoordelijk voor den rechterlijken moord op Johanna mag gesteld worden, wie dus buiten het geding staat, dat is de Heilige Stoel, dat is de Kerk. Zoude men volhouden, dat de regeerende Pausen- in 1430—1431, Martinus V en Eugenius IV, verantwoordelijk zijn, hetzij rechtstreeks, hetzij zijdelings, voor de veroordeeling en den wreeden dood van Jeanne d'Arc, ofschoon er in de bescheiden van dat tijdperk geen enkel spoor van hun tusschen-

Sluiten