Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komst en inmenging gevonden wordt, ofschoon het zoo klaar als de zon aan den blauwen hemel is, dat het Engelsche gouvernement voor niets ter wereld wilde, dat zij zich daarmede bemoeiden, een gouvernement, dat zich zelfs niet verwaardigde aan Rome bericht te zenden van het proces, tegen Johanna gevoerd, toen het arme kind reeds verbrand was; zoude men volhouden, in weerwil van het volstrekte zwijgen, der dokumenten, met mannen als J. Quicherat en II. Marlin, „dat de Kerk in 1431 Johanna veroordeeld heeft en dat zij in 1456 deze uitspraak te niet heeft gedaan," dan zoude men de geschiedenis niet alleen slecht schrijven, maar men zoude haar ook vervalschen.

Sommige schrijvers beelden zich in, dat zij hun gevoelen onwederlegbaar bewezen hebben, wanneer zij het proces van Johanna onder de processen der Inquisitie rangschikken, daar ieder proces der Inquisitie volgens hen een proces is, waarvan de verantwoordelijkheid op de Kerk neerkomt.

Het proces van Johanna was geen proces der Inquisitie en het is ook niet waar, dat de Kerk voor ieder proces der Inquisitie verantwoordelijk is. Er zijn processen van de Inquisitie geweest, welke door den Heiligen Stoel, of door de Kerkvergaderingen werden gelast. Dat men deze Kerkvergaderingen of den Heiligen Stoel in die gevallen voor deze processen verantwoordelijk stelt, dit is juist en rechtvaardig. Maar als men de verantwoordelijkheid voor de processen, welke de inquisiteurs der verschillende gedeelten der Christenheid goed vonden te voeren in de uitoefening van hun ambt, op de Pausen schuift, dan past men op hen een regel toe, welken men erkent, dat men zonder onrechtvaardigheid niet op burgerlijke rechters kan toepassen. Men mete dus niet met twee maten, naar gelang het een Koning van Engeland of het Opperhoofd der Kerk geldt; deze eisch is niets anders dan de meest simpele billijkheid.

Wat het proces van Jeanne d'Arc betreft, het is onbetwistbaar en wij achten het met onwederlegbare bescheiden gestaafd, dat de toen regeerende Pausen er geheel buiten gestaan hebben. (*)

De veroordeeling van Jeanne d'Arc tot den brandstapel, heeft L'Averdy gezegd, „was een voorbedachte rechterlijke sluipmoord." De dader is niemand anders dan- de Engelsche regeering. Op haar rust de treurige verantwoordelijkheid daarvoor.

Men zal opwerpen, dat de Engelsche regeering, om dien moord uit te voeren, zich van een rechtbank der Kerk en van Kerkelijke personen bediend heeft.

Dit is waar; daarom dragen deze Kerkelijke personen eveneens

C) Ph. H. Dunand, Jeanne d'Arc et VEqlise, Paris 1908, p. 162—164

Sluiten