Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standig is, kan niet de officieele vertegenwoordiger van zijn allerhoogsten Heer en Meester zijn.

Wij gaan verder. Nemen wij eens aan, dat de rechter yan Jeanne haar wettige rechter is geweest, dat hij de vereischte rechtsmacht bezat, dat hij, het proces voerend, gelijk hij het gedaan heeft, onrechtvaardig geoordeeld heeft, zou hij dan den Heiligen Stoel niet onder een of ander opzicht verantwoordelijk gemaakt hebben? Zou men dan niet gerechtigd zijn te zeggen, dat de Kerk door den mond van Pierre Gauchon recht gesproken heeft?

Neen, antwoorden wij ,de Kerk zou dan niet verantwoordelijk geweest zijn en men .zou niet het recht hebben te beweren, dat de Kerk door den mond van dien valschen rechter zoude gevonnisd hebben.

Tot bewijs. In iedere goed geregelde maatschappij bestaat een hiërarchie, wijselijk samengesteld uit rechtbanken en rechters, rechtbanken van eersten aanleg, van hooger beroep, van 'cassatie; rechters voor burgerlijke en krimlneele zaken, hoogste rechters spreken recht. Boven deze hiërarchie van rechtbanken en rechters staat het Hoofd van den Staat, drager van de rechtsmacht. Welnu, welke is de wet der verantwoordelijkheden in de werking van deze rechtbanken, in de rechtvaardige en onrechtvaardige vonnissen — er zijn er onvermijdelijk van beide soort —■ welke zij vellen? De algemeene erkende wet is, dat de verantwoordelijkheden persoonlijk zijn. Een rechter bij eersten aanleg spreekt een vonnis uit, dat klaarblijkelijk onrechtvaardig is. Noch de rechters van denzelfden rang, noch de rechters van hooger beroep, zijn oversten, dragen met hem de verantwoordelijkheid. Nog minder het Hoofd van den Staat. Hij en niemand anders is persoonlijk over dat vonnis verantwoordelijk.

Pierre Cauchon, bisschop van Beauvais, Jean Lemaitre, de viceinquisiteur van Rouen, veroordeelen Jeanne onrechtvaardig als wederafvallige ketterin. Noch de andere bisschoppen van Frankrijk of Engeland, noch de andere inquisiteurs van het Rijk hebben aan hun verantwoordelijkheid deel. En niemand heeft er ooit aan gedacht om hen daarmede solidair te verklaren. Daaraan denkt men alleen, wanneer dit het Hoofd van de Kerk geldt. Maar is de onderhavige medeplichtigheid onaannemelijk in het eerste geval, dan is zij het zeker in het tweede, ja, wat nog sterker is, zij is dwaas en bespottelijk. (

Nog een opmerking.

Er is geen maatschappij, waarin de rechters met wettige macht bekleed, geen schuldigen vrijspreken en geen onschuldigen veroordeelen, daar de menschelijke gerechtigheid helaas niet onfeilbaar is; men heeft niettemin nergens de Souvereinen der Staten, waarin die vonnissen geveld werden, verantwoordelijk gesteld voor de on-

Sluiten