Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtvaardigheid dier uitspraken, zelfs dan niet, wanneer de onrechtvaardigheid niet hersteld werd. Zou het nu geen wanschapenheid zijn inbreuk op deze wet te maken door de rechters van Jeanne gedeeltelijk van de verantwoordelijkheid, die' op hen rust, te ontlasten en het andere gedeelte op het Hoofd van de Kerk te schuiven, die, niet alleen part noch deel aan het bedreven onrecht had, maar het hersteld heeft, zooveel in zijn vermogen was door het procesvan rehabilitatie te gelasten? Wil men niet rechtvaardig zijn, men weze ten minste logisch. O

Tweede moeilijkheid. — Was Jules Lemaitre, de vice-inquisiteur van ltouen, die ambtelijk bij het proces tegenwoordig was en in de rchtbank zitting had, niet volgens het recht de gevolmachtigde van den Heiligen Stoel?

Uit de deelneming van den vice-inquisiteur aan het proces volgt evenmin de verantwoordelijkheid van de Kerk als uit de tegenwoordigheid van den bisschop van Beauvais. De vice-inquisiteur had in de rechtbank zitting alleen op titel van rechter en niet in hoedanigheid van bijzonder vertegenwoordiger van den Paus, een soort van legaat ex latere, zooals sommige schrijvers, die geen jota van het kerkelijk recht kennen, hem zich verbeelden. De inquisiteurs hadden geen representatieve of diplomatieke zending van den Paus, onder geen enkel opzicht, noch van den kant van het kanonieke recht en van de wetten der Kerk, noch van den kant der regels, door het Romeinsche Hof aangenomen; in hun hoedanigheid van inquisiteurs als zoodanig zijn zij geen legaten, geen gezanten, geen vertegenwoordigers van den PauS, belast met een officieele of diplomatieke zending. De bisschoppen zijn de gewone Kerkelijke rechters, omdat zij bij hun wijding krachtens goddelijk recht de vereischte macht en bevoegdheid ontvangen om de geloovigen en de ketters in hun bisdommen te oordeelen. Daar de inquisiteurs geen bisschoppen zijn, hebben zij door hun priesterwijding die macht en die bevoegdheid niet ontvangen. Daarom zijn zij geen gewone Kerkelijke rechters. Maar daar de inquisiteurs krachtens de functies, waarmede de Heilige Stoel hen bekleedt, de ketters moeten opzoeken en oordeelen, verleent en delegeert de Paus hun de noodige jurisdictie. Daarom zijn zij slechts „gedelegeerde Kerkelijke rechters." Bijgevolg geven de functies van de inquisiteurs hun nooit het recht om zich gevolgmachtigde vertegenwoordigers van den Heiligen Stoel te noemen en is de Paus niet verantwoordelijk voor hen, wanneer zij hun ambt uitoefenen en daarbij van dat ambt misbruik maken.

Jean Lemaitre, de vice-inquisiteur in het proces van Rouen, vertegenwoordigde dus niet den Paus en de Paus was niet verantwoor-

® Ph. H. Dunand, 1. c. p. 148—150.

Sluiten