Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben geen schuld aan h(;t proces van „deze vrouw" en zijn onder geen enkel opzicht daarin betrokken geweest: de Kerk en de Kerk alleen heeft alles gedaan. Nooit, nooit hebben wij er aan gedacht orn ons te wreken — nequaquam injuriam ulcisei fuit animus — nooit hebben wij het plan gehad, om haar aan de burgerlijke rechtbank ter veroordeeling over te leveren — ant seculari judicio ipsam tra" dere puniendam. Daarom hebben wij haar aan onze Moeder de Heilige Kerk overgegeven, om haar te oordeelen. Confestim antedictam muliereni judicio sanclae Matris Ecclesiae expedivimus.'" (*)

En de vijanden van Jeanne d'Arc van onzen tijd schreeuwen het na: De koning van Engeland heeft het gezegd, een Engelsche mond heeft nooit gelogen. Dus de Kerk van Rome heeft de Maagd gevonnisd, veroordeeld, doen verbranden. (2)

„Een kardinaal en twee toekomstige kardinalen, elf bisschoppen of die het later werden, tien abten, meer dan tweehonderd, men zou kunnen zeggen, meer dan driehonderd priesters, doctors, meesters, titularissen of niet, gemijterd of niet, allen, deftige geestelijken, zooals zij met zelfvoldoening zeiden, een aanzienlijke schare, als het ware een licht der christenheid, de Universiteit van Parijs, een ander voornaam lichaam in de Normandische provincie, het Kapittel van Rouen, kortom, een buitenmate indrukwekkend getal van kerkelijke personen, niet verdacht of ter kwader faam, maar voor het meerendeel van bescheiden en eervollen levenswandel, hebben het vonnis meer of minder onderschreven. Zij vertegenwoordigden volgens hun zeggen „de strijdende Kerk" en zij hebben Johanna veroordeeld, omdat zij verklaarde, dat zij rechtstreeks van den hemel uit de stem van „de zegepralende Kerk" hoorde.

Zij hebben haar geoordeeld zonder rechters "te wezen; zij zijn ter rechtbank gekozen, zij hebben zich aan dit werk begeven met geheel hun hart, met vrijen wil, met opgewektheid en verheuging, wat zij later ook mogen beweerd hebben. Zij hebben hun gevoelen gezegd zonder aarzelen en zonder ontsteldheid. In tegenwoordigheid van de verfoeilijke terechtstelling heeft niemand van hen geprotesteerd. Zij zijn eerst van gedrag veranderd, toen de loop der zaken veranderde en toen zij er belang bij hadden het te doen.

Voor het oogenblik hebben zij geleerd en deftig medegewerkt aan hetgeen hun hoofd, Cauchon, noemde „een schoon proces", een uitgebreid proces, goed voorzien van inlichtingen, onderzoekingen, artikelen, beschouwingen, uitspraken; vijf maanden hebben zij volgens de regels der kunst besteed om het te voltooien; zij hebben die Maagd veroordeeld, naar inhoud en vorrn, niet eens, maar tweemaal; als afvallige, tegen hun oordeel, gelijk zij haar afvallig in haar misdaad noemden. Ieder van hen werd persoonlijk ondervraagd, heeft zijn gevoelen moeten zeggen, duidelijk en luid over het hoofdvonnis en over de bijkomende omstandigheden. Eenigen hebben geaarzeld, allen

O Ibid. p. 486—487.

O Ph. H. Dunand, l.c.p. 166—167.

Sluiten