Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben hun stem uitgebracht. En toen het omvangrijke brabbelstuk behoorlijk gewogen, geboekt, in tal van exemplaren afgeschreven was, opdat toch de nakomelingschap niet onbekend daarmede zoude blijven, voegde niemand er een codicil van schroomvallig voorbehoud bij. Zij zouden veeleer gezegd hebben, zooals een van hen, Loiseleur, zich tót Johanna richtend, na den vreeselijken strijd der afzwering: „Johanna, dat is een goede dag!"

„Een goede dag, een schoon proces, een schoone veroordeeling, die ernstige mannen hebben volgens hun geweten geoordeeld, ziedaar de waarheid en ziedaar, waarom het geheim der veroordeeling het duisterste, het verborgenste, het goddelijkste van de vier geheimen is. De vorming, de zending, de verlatenheid ontwikkelen zich volgens een levende logica in hun onbegrijpelijkheid, maar de veroordeeling schijnt op zich zelve te staan, hoog, subliem, omdat op den top de dood is. Zooveel wetenschap en zooveel titels zijn daaraan verbonden; zooveel vernuften tegen een enkele en zulk een eenvoudige ziel; de gerechtigheid tegen God, de wet tegen het geloof, driehonderd mannen-priesters tegen één heilige vrouw alleen!

Men moet de dingen zeggen, gelijk ze zijn, zonder partijdigheid, volstrekt eerlijk! C)

Wie zijn dus de schuldigen en medeplichtigen, die tot den dood van Jeanne d'Arc hebben medegewerkt?

„Zij. die over het proces betoogen houden, hebben hun toevlucht tot verschillende middelen genomen om een fout te dekken, waarbij zoovele en zulke verantwoordelijkheden in het spel waren.

De eenvoudigste en ■ de gemakkelijkste manier was alle schuld op Gauchon te werpen. De bisschop, de zondenbok. De erfgenamen van Gauchon hebben hem laten glippen, hem en zijn nagedachtenis, voor het tribunaal van herstel; geheel de wereld heeft, hetzelfde gedaan, wat zij gedaan hebben. Gauchon, verrader, vervloekt, trouweloos, in den ban gedaan, een laag en duivelsch karakter, trekt al het kwaad tot zich en ontlast de anderen van alles, waarmede hij zich bezwaart. Zoo gaat de gemeenschappelijke misdaad op in een persoonlijke dwaling; het kleine bevende licht, hétwelk ieder der rechters verlichtte, verdwijnt in de heiligschendende aureool van den groote Verantwoordelijke." O

En toch was die bisschop niet de eenige schuldige in de zalen van het slot, waar men het arme meisje telkens met nieuwe aanvallen bestookte; hij was niet alleen op de stelling, van waar men den brandstapel bespiedde; andere priesters zetelden naast hem, werkten met hem, wezen het slachtoffer met den vinger aan. Van heinde en van verre, uit de omringende bisdommen, uit Parijs, bood men medewerking aan; goedkeuringen en toejuichingen stegen op, zeker niet gedwongen, maar vurige, hartelijke, vrijwillige. Gauchon,

O G. Hanotaux, 1. c. p. 241—243. O G. Hanotaux,.!. c. p. 243.

Sluiten