Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meer zijn van afzwering of terugtrekking, zelfs niet van een gedeeltelijke en gedwongene. Q

Het is zoo goed als zeker bewezen, dat Johanna op dit tijdstip minstens'haar naam wist te zetten. Is dit zoo dan bewijst een kruis niets. Het authentieke stuk is nooit m het debat gebracht In het proces van herstel heeft men met de meeste zorgvuldigheid er naar onderzocht om te weten, of de tekst, welke aan Johanna voorgelezen werd, dezelfde was als degene, die in het proces-verbaal werd opgenomen; het meerendeel der getuigen van goede trouw erkenden, dat de voorgelezen formuul in het Fransch gesteld en zeer kort was en met de woorden begon ■ Ik Johanna," terwijl de formule, welke in het procesverbaal 'is opgenomen, Latijnsch en zeer lang is en met de woorden begint: „Een ieder, die gedwaald heeft " Massieu zegt

zeer duidelijk en bepaald: „lk ben er volstrekt zeker van, dat het stuk, hetwelk aan de Maagd voorgelezen werd, met datgene was waarvan in het proces melding gemaakt wordt; want dit is verschillend van datgene, hetwelk ik aan Johanna voorgelezen heb en dat zij geleekend heeft." Wat is er stelliger?

Zulk een verklaring — zij wordt overigens door alle bijzonderheden bevestigd — beslist. Wanneer de afzwering door Massieu voorgelezen, niet degene is, welke in het proces-verbaal ingeschreven werd, dan is alles van bedrog verdacht,

Johanna heeft niet afgezworen; dit is de waarheid.

Men heeft ongetwijfeld aan Johanna een verklaring voorgehouden, welke geheel anders is dan degene, welke wij kennen, en zij heeft ze, gelijk verscheidene omstanders getuigen, met een soort van vrooliikheid lachend opgevat. Hoopte Johanna nog dat men haar niét op den brandstapel zoude brengen? Voor zoover wij, uit hetgeen gebeurd is, kunnen vaststellen, ging het over een' verbintenis, door Johanna aangegaan, om aan de manskleedij te verzaken, indien men haar naar kerkelijke gevangenis bracht. Zij meende waarschijnlijk, dat het plan vaat de • rechtbank was, zich te bepalen bii een openbare verteoning met sermoen, gelijk dit geschied was, en dat men zich onder voorwaarde van een algemeene onderwerping aan de Kerk zou tevreden stellen met een zachtere straf dan de dood. Dit verklaart, dat zij, al glimlachende en misschien opnieuw door hoop bezield, eindelijk zich liet overhalen — nochtans niet zonder wantrouwen, zooals haar antwoord aan Erard bewijst — en dat zij, na zooveel menschen, die haar genegen schenen te zijn, gehoord te hebben, een kruis gezet heeft op het papier, dat men haar voorhield, evenals zij schertsend een kring trok op een ander papier, door een secretaris van den Koning van Engeland gebracht. .

Wat er ook van zij, de afzwering en het verhaal in het proces-verbaal zijn meer dan verdacht. De feiten zelf bevestigen de zedelijke gevolgtrekkingen: Johanna is niet in tegenspraak met zich zelve gekomen; zij heeft niet plotseling verzaakt aan de zoo consequente en redelijke houding, welke zij gedurende

(') Le comte de Malessye, Les Lettres de Jehanne d'Arc et la pre-: tendue Abjuration de Saint Ouen, Paris 1912.

Sluiten