Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het proces heeft aangenomen; zij heeft haar zending niet verloochend; zij is niet ontrouw aan haar Stemmen geworden. Johanna heeft haar woord niet geschonden." (*) 3. Het zevende hoofdstuk van het Vierde Boek der Recollectio van Jean Bréhal luidt: Over den aard der terugroeping of afzwering, welke Jolianna gedwongen werd te doen.

„Welnu," zegt Jean Bréhal, „wij besluiten, dat deze terugroer ping van Johanna niet alleen van nul en geener waarde was, maar ook snood en onrechtvaardig, daar drie dingen daartoe samengewerkt hebben, te weten, bedrog, dwang en vrees."

„Johanna," zoo begint Jean Bréhal zijn bewijsvoering, „haalt drie zaken aan, welke deze gewaande afzwering, al zoude zij overigens van kracht wezen, geheel en al ongeldig maken; onwetendheid, dwang en vrees. Deze drie dingn sluiten het wezen van een ware bekentenis uit,"

Vooreerst voert Johanna onwetendheid aan. Zij zeide, dat zij het terugroepen niet begreep en dat zij ook niet begreep, wat er in de cedel van afzwering stond. Dit is zeer waarschijnlijk, zooals uit vele gegevens blijkt: a): Haar beschaamdheid en ontsteltenis waren buitengewoon groot, daar zij ten aanhoore van een tallooze menigte volks met luidruchtig geschreeuw en dreigement gedwongen werd af te zweren, zonder dat zij dit verwacht had of hierop voorbereid w as; het is dus niet te verwonderen, dat zij in dien toestand van verwarring niet op den inhoud der cedel kon letten, b): Bovengenoemde cedel was in duistere, ongewone, dubbelzinnige, twijfelachtige, bedekte, van anderen afhankelijke bewoordingen gesteld, en het blijkt niet, dat ze aan Johanna tevoren, zooals behoorde, werd voorgelezen of verklaard, ja, zelfs een oogenblik getoond, c): Tengevolge van de zware gevangenisstraf, van de harde behandeling door de bewaarders, van de gestrengheid der réchte-- en anderr- bijzitters, was zij uitgeput en in een zware ziekte gevallen, waaronder zij nu nog leed. Men mag dus met grond veronderstellen, dat zij geheel in de war en verzwakt was, d): Dat zij de afzwering niet heeft begrepen, erkennen de meeste en de kundigste raadsheeren.

Hieruit moet afgeleid worden, dat de afzwering niet geldig was, omdat zij niet geheel vrijwillig was tengevolge van het beletsel van onwetendheid.

Vervolgens beroept zich Johanna op dwang. Zij zegt, dat haar geboden werd terug te roepen. Een bevel of gebod nu maakt iets noodzakelijk. Uit het proces blijkt, dat velen er met onstuimigheid herhaaldelijk bij Johanna op aandrongen, dat zij zoude afzweren; dit alles nu sluit geweld en dwang in. Zij werd in een dwangtoe-

O G. Hanotaux, Lep. 495—497.

Sluiten