Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

openbare afzwering en de terugtrekking op Ik kan mij met

verklaren hoe sommige geschiedschrijvers met groote kennis en goede trouw, zooals Jules Quicherat en Michelet, zich daarin hebben kunnen vergissen. Zij hebben de openbare herroeping, in het proces-verbaal opgeteekend, als het teeken van een oogenblik van menschelijke zwakheid bij Johanna aangenomen. In het gezicht van den dood zou zij gebogen en haar Stemmen verloochend hebben In trouwe, heel het leven van

Johanna, de worsteling, welke zij gedurende die lange maanden tegen haar rechters volhield, het gezond verstand, de meest doorslaande getuigenissen maken zulk een gevoelen krachteloos. De waarachtigheid van processen-verbaal, altijd verdacht, is nooit minder gewaarborgd dan wanneer het een verklaring geldt, waarbij de rechters zoo klaarblijkelijk belang hebben. Zij, die de twaalf artikelen hebben opgesteld, zijn wel in staat het tooneel der afzwering, een tooneel, dat zij zoo duidelijk noodig hadden, te hebben voorbereid om de publieke meening en de geschiedenis te misleiden. Daarentegen pleit alles ten gunste van de standvastigheid van Johanna en van haar getrouwheid- aan zich zelve; overigens zijn reeds de feiten zelf, zooals zij in het proces-verbaal zijn neergelegd, voldoende." O

Het is onbetwistbaar, dat geestelijken, die bij Johanna stonden, zooals Willem Erard en Massieu, een man, toch al verdacht, er bij haar op aandrongen om haar eenige woorden van herroeping af te persen. Erard, die de winst van zijn rede niet wilde verliezen, zeide tot haar: „Gij zult afzweren en gij zult dit stuk nu teekenen, of gij zult verbrand worden." Zij, die haar het meest genegen waren, smeekten haar af te zweren om haar leven te redden. Zij voeegden er bij, dat zij uit de gevangenis bevrijd zoude worden, als zij het deed. Men zeide ook tot haar, — zij zelf getuigt het — dat men haar haar de kerkelijke gevangenis zoude terugbrengen en dat zij daar door vrouwen zoude bewaakt worden. Dit verlangde zij zeer vurig en deze belofte is zoo wat het eenige, wat haar trof.

Erard haalde uit zijn mouw een stuk, dat te voren klaar gemaakt was, en drong er op aan, dat zij zoude- afzweren. „Gij geeft u te veel moeite om mij te misleiden," zeide zij tot Erard. Deze trek is voldoende om te toonen, vooreerst, hoe zeer Johanna op haar hoede was en ten tweede, dat het heele kluchtspel niets anders beoogde dan om haar er in te lal en loopen.

Elfde stelling:

Jeanne d'Arc heeft haar zending vervuld.

Over de vraag, hoever de zending van Jeanne d'Arc zich uitstrekte en of zij die zending geheel vervuld heeft, bestaan hoofdzakelijk twee gevoelens. Deze twee gevoelens verschillen, wat de

(') G. Hanotaux, ï. c. p. 493—494.

Sluiten