Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Engelsehman van Frankrijk's heiligen bodem verdreven had." (*) Er kan uit het gansche proces gee nenkel bewijs hiervoor aangevoerd worden. Zoo de Maagd zich aan een subjectieve dwaling over haar persoonlijk aandeel aan het bevrijdingswerk na de kroning overgaf, dan slulit dit nog geen misleiding door haar Heiligen in, en wanneer verklaringen en wenschen der Maagd zelf niet verwezenlijkt zijn, dan kan men daaruit nog geen gevolgtrekking maken voor zulke voorzeggingen, wier kennis de Maagd volgens haar uitdrukkelijke verzekering aan de mededeeling van haar Heiligen dankte. Bij onze bewijsvoering voor de juistheid dezer stelling, welke bijna zonder uitzondering op de eigen woorden der Maagd steunen zal, moeten wij dus vooral op twee punten letten. Vooreerst, Johanna strekte haar persoonlijk aandeel aan het bevrijdingswerk verder uit dan de haar door de Heiligen bepaald gestelde taak aanwees, en ten tweede: i: geen geval kan van een dwaling der Heiligen of van een misleiding door de Heiligen sprake zijn." (!)

»

„Wat behoorde bepaald en zeker tot haar zending? Wat hebben de beschermheiligen uitdrukkelijk als de persoonlijke laak van Johanna aangegeven? Onze stelling luidt: St. IvatLarina en St. Margaretha hebben de Maagd alleen Orleans en Reims als voorwerp van haar persoonlijke medewerking aangewezen " (5)

„Orleans en Reims zijn de Maagd opgedragen; noch voor de onderneming tegen Parijs, noch voor welke andere militaire actie na Reims ook heeft zij ooit een bepaalde opdracht van naar Stemmen verdedigd. Daardoor is echter niet uitgesloten, dat de heldin in het algemeen en meer onbepaald ook haar verdere persoonlijke deelname aan den oorlog als overeenstemmend met haar door God gewilde zending beschouwde en zich in dien zin uitsprak. Want van den eenen kant wist zij, dat God zich over Frankrijk ontfermd had en het verdrukte land geheel bevrijden zoude; van den anderen kant had zij de bepaalde opdracht het begin der redding zelf te verwezenlijken; kon zij toen niet gemakkelijk veronderstellen, dat zij zelf ook aan de voltooiing van den triomf persoonlijk zoude deelnemen, te meer omdat haar Stemmen dit gedurende langen tijd niet tegenspraken? Volgens deze opvatting meenen wij alle tegenovergestelde moeilijkheden voldoende op te lossen en bijzonder te kunnen aantoonen, dat de verklaringen der Maagd, welke men zegt niet vervuld te zijn, niet dezulke zijn, waarvoor door Johanna een uitdrukkelijke mededeeling van haar Stemmen werd aangenomen " (*)

„De groote overwinning, waarvan de Stemmen gesproken hadden, zoude de Maagd spoedig bevrijden. Maar het was een andere overwinning dan de Maagd verwachtte; het was een

C) Historische Zeitschrift, 4, 319. C) Stimmen aus Maria Laach, 1889, p. 24—25. (') Stimmen aus Maria Laach, 1889, p. 25—26. (') Stimmen aus Maria Laach, 1889, p. 27—28.

Sluiten