Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genis bij haar, toen haar zending zeker geëindigd was, zelfs ook nog, toen zij muet rechtstreeksche tegenstelling tegen haar heiligen van den toren te Beaurevoir gesprongen was: „De H. Katharina zeide mij bijna dagelijks, dat ik er niet afspringen zoude — Na den sprong werd ik door de H. Katharina getroost." (Quicherat -1, 140). De reden van Bréhal zoude doorslaande zijn, als de Maagd haar blijven bij het leger op bepaalde wijze als den uitdrukkelijken wil van haar beschermheiligen had aangeduid. Dat is echter nooit gebeurd. Noch voor de onderneming naar Parijs, noch voor welke andere militaire actie ook na Reims, heeft zij ooit een bepaalde opdracht harer Stemmen aangegeven.

„Evenmin echter als een gebod bestaat er een verbod; op dit punt, evenals in vele andere bleef de Maagd aan haar eigen beslissing overgelaten. Wanneer men meent, dat de beperking der zending tot Orleans en Reims het optreden der Maagd in minder gunstig licht plaatst, dan moet men bedenken, dat het bij een historisch onderzoek niet om meer of minder gunstig licht voor een of andere persoon gaat, maar om de waarheid; overigens vertoont zich volgens deze opvatting de Maagd rein, groot en heerlijk tot haar laatste oogenblik." (')

Du Fresne de Beaucourt vat zijn zienswijze aldus samen: „De zending van Johanna heeft slechts twee voorwerpen gehad: de bevrijding van Orleans en de kroning te Reims en men komt in botsing met de sterkste teksten, wanneer men beweert, dat zij opdracht had, zelf drie andere daden te volbrengen, welke zij alleen voorzegd heeft: de inneming van Parijs, de bevrijding van den hertog van Orleans en de algeheele verdrijving der Eneglschen."" f)

„De militaire zending van de Maagd van Orleans was te Reims voltooid. Haar Stemmen hadden haar eerst geleid tegen de vijanden van Frankrijk; zij laten haar vrij om hen nog verder te bestrijden op eigen risico en gevaar." (3)

Tegen dit tweede gevoelen kan men opwerpen: Hoe legt gij het uit, dat Johanna na de kroning te Reims haar ondernemingen doorgezet heeft, indien met die kroning haar taak voltooid was? Zegt dit niet, dat zij verder gegaan is dan haar zending zich uitstrekte, dat zij dus haar bevoegdheid overschreden heeft?

Neen. Johanna is niet verder gegaan dan haar zending zich uitstrekte, dat is, tegen haar Stemmen en opdracht van boven in. Immers, de Stemmen hadden haar volgens dit gevoelen niet

(*) Stimmen aus Maria-Laach, 1893, I, p. 105—106. O Du Fresne de Beaucourt. Revue des Quest. hist. 186", III,. 383- 416

(') P. Gazeau in Etudes relig. Paris 1866, p. 339.

Sluiten