Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

land wenschte dit, zoo zeide men; deze politiek moest ten slotte tiiomfeeren. Dat schipperen en modderen, dat heen en weer schommelen, moest ook een vorst toelachen, wiens aard met een langzame èn trage ontwikkeling van ideeën en feiten overeenkwam; zij paste zeer goed bij zijn gemis aan energie en doorzettingsvermogen. De lange weg, dien hij had afgelegd, had hem ongetwijfeld afgemat; hij verlangde naar rust om ongestoord, zonder zich te vermoeien of onmiddellijke besluiten te moeten nemen, te kunnen voortdommelen. Was ook de zalving te Reims voor hem geèn onderpand, dat hem vertrouwen in de eindoverwinning schonk?

Ten tweede, een andere oorzaak moest invloed op de stemming van den Koning uitoefenen en kan zijn onverschillige houding tegenover Johanna verklaren. De meeste tijdgenooten zijn het hierover eens, dat nijd en jaloerschheid een zijner karaktertrekken was. Ondankbaarheid werd als een koninklijke deugd beschouwd. Dat boerenmeisje werd ten slotte lastig, hinderlijk, een sta in den weg voor hem. Zij alleen werd toegejuicht; zij had te groot deel van de glorie en de eer der zegepraal; zij had te dicht bij de heilige handeling der zalving gestaan; zij was te waardig, te fier, vroeg niets. De mannen der politiek houden het. minst van belangelooze zielen; want zij hebben geen vat op hen.

Dit alles komt overeen met het karakter van Karei VIL

Deugdzaam, moedig, openhartig, oprecht, zooals Johanna was, was de politiek haar vak niet. Rechtuit gaande, zonder omwegen, doorschouwde zij met haar natuurlijk en onverduisterd doorzicht de misleidende taktiek en de bedriegelijke toezeggingen van den Hertog van Bourgogne, waardoor Karei VII zich liet bedotten. Volgens haar zou men den vrede niet vinden dan door de punt van de lans. Zeer duidelijk en bepaald drukt Johanna haar gevoelen uit in een brief van den 5 Augustus aan de inwoners van Reims. O

Maar hier kwam Johanna, het is duidelijk, in botsing met Karei VII en zijn partijgangers. Twee richtingen stonden tegenover elkander: Karei VII had de keus tusschen de bedriegelijke hoop van een afgebeden vrede en den energieken worp van een opgelegden vrede; hij koos tegen Johanna en haar zeer oordeelkundige en dappere raadgevers in. Vergeten wij niet, dat Johanna hier handelde volgens haar eigen inzicht, haar gezond verstand, haar moed. Haar politieke blik, steunend op onbetwistbare feiten en bescheiden, staat ver boven alles, wat men van het Lotharingsche herderinnetje kon verwachten. Zij was een uitstekend „oorlogsaanvoerder" aan de spits der legerscharen, niet minder scherpzinnig en beleidvol te midden van het Hof en de raadsvergadering.

(') Iadart, Jeanne d'Arc a Reims, p. 104. - De Malessye, les Reliques de Jehanne d'Arc, p. 7.

Sluiten