Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De verlatenheid van Jeanne d'Arc kan vooral verklaard worden door de middelmatigheid van geest en de laagheid van hart van hen, die Karei VII omgaven, een middelmatigheid en laagheid, welke overigens de gewone stand der menschheid is. Daardoor komt het, dat de geschiedenis gewoonlijk zulk een pijnlijke en bedriegelijke pelgrimstocht is: de geslachten kruipen in het slijk, zoolang zij niet den hoogeren gids ontmoeten, die hen opvoert naar de toppen. Die hoogere gids, die bovenaardsche man komt altijd; eerst wordt hij gevolgd en toegejuicht, maar hij wordt altijd verlaten reeds bij zijn leven; hij wordt altijd opgeofferd en eerst na zijn dood wordt hij gevierd en vereerd.

In de omgeving van Karei VII waren de twee onvermijdelijke typen van iedere sociale hiërarchie: de gunsteling, de intrigant La Tremoille, en de ambtenaar Regnault de Chartres. La Tremoille, ruw, egoïstisch, hebzuchtig, heftig, putte zijn invloed uit zijn kas. Voor het geld buigt alles; het is alleen in staat om de geestdrift van vurige en belangelooze harten te dempen. Regnault de Chartres was de ambtenaar van de soort van Pontius Pilatus; als hij voor het erkende recht moet opkomen, wascht hij zich de handen, omdat hij gaarne wil aanblijven.

Karei VII was een begaafd jongeman, maar slechts vijf-entwintig jaar oud zonder ondervinding van moed en zonder moed van ondervinding. Bij het begin had hij Jeanne d'Arc begrepen en het herderinnetje gedekt met zijn koninklijken mantel. Maar toen bevond hij zich in een van die wanhopige uren, waarin de mensch, niets meer tusschen zich en den dood aanschouwende, de dingen in hun waar licht beschouwt. Later was de toestand verbeterd. Hij had toen geen kracht om de meesleeping en wegzinking der weekelijken en tragen, die wel wilden, maar niets deden, te overwinnen. Een groot, melancholisch kind, kon hij niets anders dan zwijgen en laten begaan. Hij zweeg en liet begaan bij Parijs, hij zweeg en liet begaan, toen men Johanna aan de Engelschen overleverde, hij zweeg en liet begaan, toen men haar maanden in den kerker te Rouen opsloot, hij zweeg en liet begaan, toen men haar veroordeelde en verbrandde. ft rf

„Plotseling is de geestdrift, die algemeen scheen, verlamd. De begonnen veldtocht wordt onderbroken, opgegeven. De Maagd voelt, dat ze ter zijde wordt gehouden, uitgesloten van de beraadslagingen, verdacht. Zij zoekt, vraagt, men zwijgt.

Haar ongerustheid bedriegt haar niet: rondom haar wordt er een complot gesmeed; zij wordt tegengehouden en van den hemel naar de aarde terugevoerd, in haar volle vlucht. Gisteren gerechtvaardigd, gelukkig, „in eere" op de trappen van het

ft G. Hanotaux, .Jeanne d'Arc, Revue des Deux-Mondes 1910,

6

Sluiten