Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nieuwe levensbeschrijvr van de Maagd heeft de betoovering

van Pierre Cauchon ondergaan Op drie ideeën heeft Anatole

France zijn geschiedenis van Jeanne d'Arc opgebouwd: op het idee van een banale, voortdurend gehallucineerde visionaire; op het idee van een opgeblazen, overdreven heldin en heilige; op het idee van een ongelukkige afvallige, die zelf de wapenen zou verschaft hebben, welke haar deden veroordeelen.

Deze ideeën gaven aan zijn werk de oorspronkelijkheid, de nieuwheid, welke hij beoogde; jammer, dat deze ideeën niet beantwoordden aan de drie noodzakelijke feiten, aan de drie objectieve realiteiten, welke de dokumenten hadden moeten bewijzen, en jammer ook, dai de schrijver verzuimd heeft zich daarvan te verzekeren. Hieruit volgt, dat zijn historisch gebouw op het zand rust en dat, wat de degelijkheid betreft, bijna alles opnieuw gemaakt moet worden.1)

„In dit werk van Anatole France zijn de groote lijnen der geschiedenis van Jeanna d'Arc, de physionomie van de heldin, haar karakter, haar heiligheid, feiten van kapitaal belang, ver verwijderd van de historische waarheid.

Het is een verhaal, waaruit zichtbaar en tastbaar het plan blijkt, — misschien onbewust — om de heldin te verlagen, te verminderen, en om wederkeerig het tribunaal, dat haar veroordeeld heeft, werkelijk te rechtvaardigen, stellend aldus tegenover de bevestiging van de schuld der martelares de logische, misschien bedoelde, rehabilitatie van haar rechter en beul Pierre Cauchon.

Het is een geschiedenis, waarin de meest verbazende en niet verwachte verklaringen van geen enkel bewijs vergezeld gaan, de vrijpleitende dokumenten verwijderd zijn, valsche bescheiden in de plaats worden gesteld, met verachting en schending van de onbetwistbare regels der historische kritiek.

Het is een geschiedenis te zeer op zijn Engelsch opgevat en geschreven." (')

Anatole France en zijn geestverwanten kunnen zich aantrekken, wat Dunand met zonneklare juistheid en onpartijdigheid betoogt:

„Wanneer wij de dokumenten, die vertrouwen verdienen, raadplegen, dan leidt deze studie tot drie gevolgtrekkingen,, welke als het w are het laatste woord over het proces van Rouen zijn:

1". De Kerk en de Heilige Stoel hebben geen enkel deel, noch rechtstreeksch, noch zijdelings, aan het vonnis, de veroordeeling, den dood van Jeanne d'Arc genomen.

2". De verantwoordelijkheid komt geheel neer op Engeland en, na Engeland, op de politieeerende geestelijken, welke geheel afhankelijk van zijn regeering waren.

3'. Dit is zoo, omdat het Engelsche goevernement, in stede van de Maagd door een onafhankelijk en wettig tribunaal te doen oordeelen, haar heeft doen oordeelen buiten weten van den Heiligen Stoel door een rechtbank zonder bevoegdheid,

ft Ph. H. Dunand, ibid, p. 13—15. ft Ph. H. Dunand, Hist. p. 20—21.

Sluiten