Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en oplossen kan hij het alleen, die aan hoogere roeping geloofd en in haar de Heilige Gods erkent." (*)

Juist omdat Johanna het werk van God deed en een gezant des hemels was, mocht het mérkteeken van de tegenspraak, het lijden en de vervolging, niet ontbreken. Dat de Engelschen haar vijandig waren en baar tot iederen prijs uit den weg wilden ruimen, is te begrijpen; maar verwonderlijk en onbegrijpelijk is het, dat zelfs haar volk, hetwelk haar zoozeer lief had en wiens grootste weldoenster en redster zij was, haar zoo weinig erkentelijk bleef. Als een schaduw volgden haar sedert haar optreden mistrouwen, ongeloovigheid en ondankbaarheid. Alleen het gewoné volk en de naaste kampgenooten gaven zich met vertrouwen en geloof aan haar leiding over en zagen in haar een door God bevoorrecht wezen.

Niet aldus de Koning en zijn hof. Slechts aarzelend, met tegenzin, als gedwongen, namen zij haar weldaden aan. In plaats van haar raadgevingen te volgen en te steunen, legden zij haar telkens moeilijkheden in den weg. Voor de weekelijkheid, voor het luie goedleven, voor de onedele hartstochten in de omgeving van den Koning was Johanna een onwelkome vermaner en rechter. Zij drong aan op daden, maar het Hof wilde rust hebben en hoogstens aan onderhandelingen deelnemen. Van lieverlede werd de roem van Johanna zelfs voor menigen aanvoerder lastig. De Engelschen schaamden zich, door een vrouw overwonnen te zijn, de Franschen bevrijd te worden door een vrouw. En toen Johanna gevangen in de handen der Engelschen lag, liet men ze geheel los; men vergat ze oogenschijnlijk; en gedurende geheel haar treurige lijdensgeschiedenis, hetzij in den kerker van het hertogelijk slot, hetzij op het plein der Qude Markt van de stad Rouen, deed men niets voor haar. Men vindt geen enkele vermelding van welken stap ook, die tot haar redding ondernomen werd. Niets doet echter zoo zeer als opzettelijke ondankbaarheid. Niet voor de vaak, zegt men, was Johanna zelfs gedurende haar zegetocht dikwijls eenzaam, stil en treurig. (2)

„Haar krijgsmansleven had zij voorzegd, aangekondigd, aanvaard; zij ging zeggende: „Ik ben daarvoor geboren!"

Op dit punt weiielt zij nooit: zij is geheel en al zelfverloochening. Een hoogere Wil drijft haar voort: „Zij is door God gezonden om Frankrijk te redden." Zij zelf, van het eerste oogenblik af tot hel laatste, verkondigt het wonder, zonder ooit te veranderen, ooit moedeloos te worden. Zij bevestigt hetmet geheel haar geloof, met geheel haar oprechtheid, met geheel haar bescheidenheid. Want in de verheven rol, welke zij zich toeschrijft, is geen zweem van persoonlijke ijdelheid; niets gemaakts, niets stootends: zij is van nature bovennatuurlijk.

O Stimmen aus Maria-Laach, 1909, 144.

O Stimmen aus Maria-Laach, 1909, p. 145. i

Sluiten