Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vreesdheid der koninklijke raadsheeren weigeren en terugwijken. Of wel moet men opgeven om de woorden in hun gewonen zin te verstaan, of wel moet men in die juistheid en vlugheid van opvatting en uitvoering de kenmerken van het genie erkennen. Johanna is in dit tijdperk van haar leven als mensch bewonderenswaardig.

Maar het genie, het verstand, de moed, dat is Johanna niet in haar geheel. Haar buitengewone vermogens zijn slechts de werktuigen van een hoogeren wil, die haar bezielt. Daar zij haar inspiratie en de maat harer werkzaamheid aan het andere leven ontleende, kon haar zending niet volgens den gewonen loop der aardsche dingen verwezenlijkt en voltooid worden. (*)

„De nieuwere geschiedenis vertoont nergens een reiner, edelmoediger karakter, een karakter, dat nederiger was te midden van gewaande visioenen en onbestrijdbare zegepralen, hetwelk zich vrij hield van iederen smet der zelfzucht, dat dichter staat bij'de helden en martelaren der oude tijden. Dit alles is niet meer dan hetgeen rechtvaardigheid en waarheidsliefde gebieden te zeggen." (2)

„Van bedrog is bij deze vaderlandslievende en heldhaftige maagd geen spraak. Nooit is een bevrijder opgetreden, die een eervoller roem verkregen of zijn grootsehe onderneming in grootere moeilijkheden of met zuiverder onbaatzuchtigheid volbracht heeft dan deze edelgezinde vrouw." (*)

„Het kan volgens onze meening aan geen twijfel onderhevig zijn, dat de daden van Johanna het werk van God waren. En als-chet Gode behaagd heeft op een geheimvolle wijze, welke wel is. waar boven, maar niet tegen onze rede is, Zijn wil aan het eenvoudige en nederige schepsel, dat Hij voor de uitvoering gekozen had, te openbaren, wie zou dan daartegen iets kunnen inbrengen?" (*)

„Nooit heeft zij verraad gepleegd, nooit een misdaad begaan, de deugden van haar geslacht zoo streng mogelijk beoefend." O

„Haar kort leven, zoo rijk aan handeling en zoo rijk aan lijden, zoo vreeselijk snel tusschen zegepraal en nederlaag afwisselend, trekt onze aandacht tot zich en wekt ons medelijden. Het is even moeilijk te begrijpen en geheimnisvol als belangwekkend, omdat wij te doen hebben met een zeldzaam wezen, hetwelk zoo ver verwijderd van menschelijke berekening en handelwijze is, dat wij niet den maatstaf der gewone kritiek kunnen aanleggen." (')

„Men kan met volle overtuiging zeggen: Johanna was in geheel haar leven een heilige, in haren dood een martelares: een martelares voor een der edelste doeleinden, waarvoor men zijn leven opofferen kan. een martelares van haar vaderlands-

(') G. Hanotaux, 1. c. p. 37.

(*) Lord Mahon, Jóan of Are, London 1853.

O S. Turner, History of Enqland, London 1839, V, 555.

O K. Bray, Joan of Are and the times of Charles the Seventh, kinq of France, London 1874.

(5) Hume—Hughes, History of Enqland. 1854. II, 399.

(') J. Stevenson, Letters and Papers illustrative of the wars of the English in France. London 1861. I, 62.

Sluiten