Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heiligheid en van haar zending uit. Zoo waarborgt niet alleen historische zekerheid, maar ook rechterlijke zekerheid zelfs de geringste omstandigheden van dit wondervolle leven. Niet de minste zwakheid hebben haar vijanden en haar rechters in deze maaga kunnen ontdekken. Even rein en vlekkeloos is haar intieme leven als het openbare.

Men heeft van Jeanne d'Arc een overspannen meisje gemaakt, haar visioenen, deugden en krijgsdaden tot hysterie verwrongen. Wanneer wij ons den jammerlijken toestand voorstellen, waarin zich de geest van een echte hysterische bevindt, deze gisting der verbeeldingskracht, deze grilligheid en wispelturigheid, deze onbeslistheid en bandeloosheid der besluiten en plannen, dit egoïsme, •dat de natuurlijkste en onbedwingbaarste neigingen verstikt, dit vergeten van hetgeen schadelijk is, hetwelk tot schaamteloosheid overslaat, dit voortdurend in opstand komen tegen het gezond verstand, deze onophoudelijke wisseling der begeerten en veranderlijkheid van den wil, deze praatzucht, welke zelfs dan, wanneer zij geestig schijnt, kinderachtig is, dit lachen en weenen zonder reden, dit gemis van gezond verstand, wanneer het voor den wil zaak is

beslist te willen zijn dat verschijnselen, die wij in het karakter

en den levensgang van Jeanne d'Arc waarnemen? Be hysterische beheerscht en bezit zich zelf nooit, zij wordt altijd beheerscht, zelfs dan, wanneer zij zich eigenzinnig toont. Is het niet een karaktertrek van Jeanne, dat zij, voor zij anderen overwint, zich zelve in bedwang houdt, zelfbewust en met vasten tred naar haar helder doorschouwd doel streeft?

Met helderen blik en opgeheven hoofd beschouwt Jeanne de politieke wereld van haren tijd en betreedt zij het ingewikkelde en tragische tooneel van Frankrijk, hetwelk aan de vreemde overheersching, aan burgertwisten, aan kuiperijen, aan het eigenbelang en de hartstochten ten prooi was. Mocht er nog een schijn van heldenmoed en geloof overgebleven zijn, scepticisme en egoïsme, berekening en sluwheid streden om de treurige heerschappij met woeste wreedheid. Niets was weerzinwekkender en machiavelistischer dan de jegéeringskringen en hoogere standen van dien tijd. (') Sehoon zij het geloof hunner vaderen hadden overgeërfd, misten' zij alle vurigheid, geestdrift, belangeloosheid. Wantrouwen, afgunst, zelfzucht, tierden weelderig onder hen. Aan die wereld, aan een vorst, door de fortuin bespot én heen en wedergeslingerd, ontmoedigd door gestadige tegenslagen, kwam Jeanne onverwacht van den kant van God de redding van het land belooven. Het is te begrijpen, men geloofde haar niet op haar woord, maar onderwierp haar aan

O Au temps de la Pucelle. Paris 1905.

Sluiten