Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij voor de Redster van Frankrijk niet genoeg gedaan heeft.

In haar martelaarschap is Jeanne altijd waar, oprecht, levend, bovennatuurlijk. Haar steromen laten de vrijheid aan haar eigen inzicht en haar eigen wil, zoo zelfs, dat zij eens, in een opwelling yan patriotische bezorgdheid, tegen hun raad inging en met gevaar van haar leven uit den toren van Beaurevoir trachtte te ontsnappen, om „die goede menschen van Gompiègne, die altijd zoo edelmoedig tegenover hun Vorst geweest zijn," te hulp te snellen.

Zij is nu, in boeien geklonken, aan de genade en de willekeur der Engelschen overgeleverd. Zij zullen haar dooden, maar eerst moet zij zedelijk veremoord en voor immer onteerd zijn en, indien het mogelijk is, door haar eigen bekentenis.

„Voor dit doel hebben zij een werktuig eerste klas in den grootsten en meest ervaren staatkundige van den tijd en van hun partij, Pierre Gauchon, bisschop van Beauvais, oud-rector en thans bewaarder der privilegies van de Universiteit van Parijs, meer staatsman dan kerkman, fanatiek en sceptisch; fanatiek voor de zaak der Engelschen, waaraan hij gekluisterd is door. zijn verleden, zijn eigenbelang, zijn eerzucht voor de toekomst; sceptisch, al was het niet in het geloof als zoodanig, dan toch op het stuk van godsdienstige moraliteit en van levens wijze overeenkomstig het Evangelie, wetgeleerde met een flink en scherpzinnig verstand en een hart van steen, een geweten, reeds lang door de politiek toegeschroeid, met een karakter van sektaris, schriftgeleerde en pharizeër. Misschien haatte hij persoonlijk Jeanne niet zoo fel als men wel zou willen gelooven, ten minste nadat hij reehtstreeksch met haar in aanraking was gekomen: ja, wat meer is, mogelijk heeft hij haar in zijn hart recht doen wedervaren; maar toch kweet hij zich onverbiddellijk van de taak,, welke hij vastbesloten op zich had genomen, van de opdracht om het afschuwelijke, sluwe, onontwarbare weefsel samen te spinnen van het „schoone proces, van den strik in forma, waarin zijn slachtoffer, naar hij vast hoopte, haar eer met haar leven zou laten. En toeh moet hij, gedurende dit helsche werk, in zijn binnenste geweldige schokken gevoeld hebben. Maar wie zal het zeggen? Hij was er wellicht de man naar om zijn gewetenswroeging te verstikken door zich diets te maken, dat het staatsbelang, hetwelk zijn evangelie was, zulk een offer eischte, en dat Jeanne, voor de aardsche eischen opgeofferd, ten slotte daarvoor schadeloos gesteld zoude worden, bijaldien zij werkelijk onschuldig was. daar waar de politiek niets meer te zeggen heeft. Zij belemmerde de zaak, welke hij op zich geonmen had en welke hij voor goed hield. Zij was een sta in den weg, die opgeruimd moest worden. Maar wie kan nauwkeurig, in haar heilloozen omvang, de psychologie van Pierre Gauchon ontleden? Wat er ook van zij, dit is geen legende, maar verschrikkelijke werkelijkheid." O

O M. Sepet, l.c. p. 30—31.

Sluiten