Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schén zullen een grooter verlies lijden dan zij ooit in Frankrijk geleden hebben: en dit zal geschieden door een groote overwinning,-welke God aan de. Franschen geven zal." Den 14 April 1436, dus binnen, den aangewezen tijd, werd Parijs van de vreemde overheersching bevrijd.

«Zoowel voor het gericht van God als voor de echte rechtbank der Kerk heeft Jeanne al de strikken van Gauchon verijdeld; zij is getrouw gebleven aan haar plichten jegens de zegevierende en jegens de strijdende Kerk, wier hoofd en hoogste rechter op aarde de Paus is. Zij i» volstrekt rechtzinnig gebleven. Maar om de omstandigheden, waarin zij -ondanks haar zelf geplaatst werd, was het niet mogelijk, dat zij menschelijker wijze aan den strik, door haar rechter haar gespannen, ontsnapte. Met ongeloofelijke arglistigheid en boosheid geschiedde dit vooral in het tooneel der zoogenaamde afzwering op het, kerkhof van Saint-Ouen. Nieuwe vorschingen hebben beter licht tot meerdere glorie van de heldhaftige maagd op dit geheim 'van snoodheid geworpen. O Breeder en scherpzinniger onderzoek zal ons verder doen doordringen in de duistere diepten en de verschrikkelijke sluipwegen van het proces der zoogenaamde hervalling, aan het einde waarvan volgens de bedoeling van Gapchon de te voren aan de Engelschen beloofde brandstapel verrees, maar vanwaar Jeanne naar het hemelsch vredehof opsteeg. Hoe eerlijker men de feiten en de teksten zal ontleden, des te meer zal ons het ware, levende, bovennatuurlijke karakter der heldenmoedige maagd op dezen lijdensweg, in dezen doodstrijd, die haar evenals haar goddelijken Meester over den Calvarieberg ter. victorie heeft gevoerd, tegenstralen.

„Is het wonder, dat velen, die getuige waren geweest van haar lijden en sterven, het angstig gevoel hadden een Heilige verbrand te hebben? Hoor de verzuchting van Jean Alespéc, den avond van Jeanne's dood: „Ik zou willen, dat mijn ziel was daar, waar de ziel van die vrouw thans is," is zij niet begrijpelijk en door en door menschelijk ?Het leven van Jeanne, maar bovenal haar einde was dat van een Heilige, een geloofsheldin. Haren tijdgenooten en ook het nageslacht gaf zij een voorbeeld van moed en trouw en een onwankelbaar geloof. In heel het drama, dat zich afspeelt in de laatste oogenblikken van haar leven, en waarin zij staat tegenover zooveel mannen van gezag en aanzien, is dit negentienjarige meisje de eenige, die blijk geeft van zakelijken moed, van groote vastberadenheid en een machtig vertrouwen. Hare vrienden, haar Koning zelfs, zij laten haar aan haar lot over, zij durven zich niet

O Dunand, VAbjuration du cimetière de Saint-Ouen, Paris 1903. Ulysse Chevalier, VAbjuration, etc. et Vauthenticité de sa formule. 1902. — Revue des Questions historiques, avril 1903.

Sluiten