Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VERGANKELIJKHEID.

Nu is weer de vergankelijkheid den zomer te gemoet getreden, nu helpen tranen nog gebeden,

al 't aardsche is ten vergaan gewijd.

De lucht in duister tranen schreit en alle blad komt zacht gegleden,

in weemoed went'lend naar beneden,

verwaaiende naar wijd en zijd.

Zoo gaan wij door de schemering der droeve dagen ras ten avond; ons blijft slechts vage 'erinnering een wijle nog de ziele lavend,

die schreiend uitbreekt in haar klacht, wijl ze, Eeuw'ge Schoonheid, naar u smacht...

Sluiten