Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GIJ BOODT MIJ SPIJZE.

Gij boodt mij spijzen uit het Paradijs en ik, ik wende me af om niet te proeven. Hoe kan het mijne ziel nog diep bedroeven,

dat ik Uw disch voorbij ging eigenwijs

en voor mij zeiven zocht eene and're spijs. O liever wilde ik bij het gastmaal toeven

der aardsche grooten in hun lustpaleis om met hen mee te brassen, mee te snoeven!

Nu zit ik aan den dorpel van Uw deur als de arme Lazarus eens bij den rijke.

Hoe zweeft mij uit Uw keuken toe de geur. O 'k smeek U mij een bete toe te reiken. Uw dienaars gaan voorbij met volle schalen, ik honger naar Uw spijze, wil niet dralen.

Sluiten