Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE ZAAL.

Toen stond ik in een zaal, een wijdsche halle, En lang reeds was de scheem'ring ingevallen.

De zaal kende ik in haar geheimste hoeken

en toch Tc weet slechts in droom haar op te zoeken.

De wanden ware* in schemer weggezonken en als Tc er liep, geen voetstappen weerklonken.

Het was er triest, vol spinrag, vuil bestoven; het oude huisraad lag onderste boven.

Een ruwe warboel waar 'k ook heen kon blikken en ik alleen moest 't al in orde schikken.

Toen was 't oE alle krachten mij ontvielen

Mij dacht het was de zale mijner ziele—

Sluiten