Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE MEEUW.

Over 't wijde water scheert, hong'rig azend, met een schreeuw, brekend door de stilt' en keert schielijk zwenkend, blanke meeuw, om roofgierig visch te vangen, blijft er op zijn wieken hangen, schiet plots juichend naar beneên; water spettert om hem heen.

Morgens keert hij telken dag hong'rig naar liet water weer, met zijn wijden vleugelslag slank en licht als eene veer; en weer weg zal men nog hooren in de eenzaamheid verloren zijnen blijden jubelschreeuw.... o mijn ziele is die meeuw.

Sluiten