Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het Aquarium heeft steeds Uwe belangstelling mogen bewaren en heeft zich altoos in door U uitgedachte verbeteringen mogen verheugen, ook nadat Uw werkkring in het belang van het Genootschap zooveel ruimer geworden was en het in zijn geheel aan Uw zorgen was toevertrouwd.

In 1890 toch kwam Dr. Westerman te vallen, nadat hij de belangen van het Genootschap, waarvan hij daadwerkelijk de onvergetelijke oprichter was, gedurende een lange reeks van jaren als Directeur had behartigd.

Op 2 Juni 1890 werd Gij tot zijn opvolger gekozen. Veel is sedert dien door U in het belang van het Genootschap gewrocht. Een der bijdragen in den feestbundel van de hand van den architect B. J. Ouëndag geeft in korte trekken een beeld van de reeks van schoone en doelmatige gebouwen voor dierenverblijven, die onder Uwe kundige leiding gesticht werden. Zij zijn een sierraad tevens voor den Tuin, die ook op veelvuldige andere wijze de zichtbare sporen draagt van Uw praktischen geest en Uw aesthetisch gevoel.

Het sprak bij U van zelf de traditiën van het Genootschap hoog te houden, dat steeds er naar streefde der wetenschap een eerste plaats te geven. Daarvan getuigt de wijze van tentoonstelling der levende dieren in Tuin en Aquarium, daarvan getuigt Uw zorg voor de Musea en Uw bestendig ijveren om hen een betere huisvesting te geven, opdat zij meer nut afwerpen ook voor de leergrage menigte, dan thans mogelijk is. Ook daarin volgdet Gij de traditiën van het Genootschap, dat steeds nauwe aansluiting zocht met de Universiteit van Amsterdam. Zoo kwam onder Uw Directoraat eene overeenkomst tot stand waarbij de Zoologische Musea van Gemeente en Genootschap tot beider voordeel vereenigd werden; terwijl op het oogenblik voor het zoologische onderwijs der Universiteit een betere huisvesting op het terrein van het Genootschap in voorbereiding is.

Zoo zijt Gij gedurende een lange reeks van jaren veelzijdig en nuttig werkzaam geweest in het belang van het Genootschap. Gij wist die belangen wijd uit te zetten, wat alom erkenning . vond: in zichtbaren vorm door toekenning der Gouden Linnaeus-Medaille van de Koninklijke Akademie van Kunsten en Wetenschappen te Stockholm in 1905, door Uwe benoeming tot Ridder in de Orde van de Poolster in 1907 en door het eere-doctoraat van de Universiteit Uppsala in hetzelfde jaar. Ook Nederland bleef niet achter toen het in 1912 Harer Majesteit behaagde Uwe verdiensten door het Ridderschap in de orde van den Nederlandschen Leeuw te huldigen.

Maar Uw levenswerk heeft meer omvat. Uwe studiejaren te Amsterdam en Leipzig eindigden met Uwe dissertatie over de huid der Reptilien, die thans nog een goeden naam heeft. Reeds spoedig daarna kwaamt Gij in nauw verband tot het zoologisch onderwijs aan de Amsterdamsche Universiteit. Aanvankelijk in 1877 als assistent bij Prof. W. Berlin, later in 1883 als privaat-docent en van 1885—1890 als lector.

Maar het leven begon ook andere eischen te stellen. Van 1879—1890 vorderde het leeraarschap in de natuurlijke historie aan de Kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen veel van Uwen tijd. Slechts weinig vrije uren bleven over voor Uw werk over Distomum westermani, over de Visschen der Kara-Zee, voor systematische en biologische onderzoekingen, waartoe de bewoners van het Aquarium aanleiding gaven, voor veelvuldige faunistische nasporingen.

Uwe liefde voor productief wetenschappelijk werk wist ook later nog toen de veelvuldige beslommeringen en zorgen van de leiding van het Genootschap Uwe geheele kracht eischten, tijd te vinden voor de uitgave van verschillende geschriften. Ik noem slechts Uwe studiën over den Orang oetan, over de voortplanting en ontwikkeling van den Reuzensalamander, over Zaglossux, over Peter Artedi e. a. m.

Daarnaast waart Gij steeds bereid een ieder, die met ernstig streven tot U kwam de behulpzame hand te bieden, Gij zettet voor hen de poorten van Tuin, Musea en Aquarium wijd open. Uw streven was de schatten van het Genootschap voor wijde kringen tot leering, nut en genoegen toegankelijk en dienstbaar te maken.

Vele zijn U daarvoor dankbaar.

Sluiten