Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nalis Bast., Limnaea palustris O. F. Müll. en Limnaea ovata Drap. Hieronder was geen enkel gekield exemplaar.

2. Diemerbuitendijksche polder, 1915 slootje, buitendijks, zeer ondiep. Met Hydrobia stagnalis Bast. 93 exemplaren, waaronder geen enkel gekield exemplaar. Dit water moet brak zijn.

3. Petten, 1915 eindpunt der Hondsbossche vaart bij de zeewering, met Dreissensia cochleata Kic'kx en Neritina fluviatilis L. 281 exemplaren, waarvan 40% meer of minder o-ekield (sommige slechts heel flauw). Chloorgehalte van het water 310o mgr. p. L.

4 Schoten 1915 Westoever van het Noorderspaarne met Dreissensia cochleata Kickx, Neritina fluviatilis L., Limnaea ovata Drap. en Physa fontinalis L. 321 exemplaren, waarvan 40% meer of minder gekield.

5. Vlissinqen, 1918, zonder nadere opgave. Deen gekielde vormen.

6. Schoondijke, 1918, in een kreekje, dichtbij een duiker. ± 9000 exemplaren, ongekield. Voor zoover wij weten, werd Hydr. jenk. in Duitschland slechts éénmaal aangetroffen

en wel in Warnemünde.

B. Musculium ryckholti Norm.

Thiele ') ze°-t onder Sphaerium (Musculium) lacustre O. F. Müller „Eme Form mit starker hervorragenden Wirbeln wird als S. (M.) Rykholtii Normand unterscheiden, es ist aber noch zweifelhaft, ob diese französische Art wirklich in Deutschland vorkommt".

In 1910 werd deze soort (?) te Acht in Noord-Brabant gevonden.

In 1918 bij Voorst en bij Twello.

De jonge exemplaren van deze laatste vondst doen denken aan de var. steini A. Schm. van Musculium lacustre O. F. Müll., 't geen de Heer Schepman doet opmerken: Thiele heeft misschien gelijk, door slechts één soort aan te nemen.

C. Zonitoides excavatus Bean. In Engeland vrij algemeen.

In den Census of the Britisch Land- and Freshwater Mollusca 1902 geeft L. E. Adams haar als Hyalinia excavata op voor 8 counties (Taylor in zijn Monogr. der Land- en zoetwaterslakken van Gr. Britt. en Ierl. 9) in Ierland; en voor 6 (Taylor 11) in Schotland. Bijna al deze counties liggen langs de kust of langs de Firth of Lorne.

In Engeland is ze, behalve in vele kuststreken, ook ruim in het binnenland vertegenwoordigd.

Eigenaardig is nu onze eenige vondst op een zeer afgelegen plekje in Drente, in de gemeente Anloo, westelijk van den zandweg van Gasteren naar Marke van Eext. Ze kwam daar vrij talrijk voor onder dorre blaren op een ruig stukje kreupelhout met Quercus, Alnus, Salix, Sorbus, Ilex, Betula, waartusschen Hedera, Ajuga, Rubus, Oxalis e. a.

Uit den driehoek Assen—Gieten—Zuidlaren werd ze onder 85 vondsten van mollusken slechts van dit ééne geïsoleerde plekje gerapporteerd.

De Heer Schepman deelt mij mede, dat Taylor opgeeft, dat de soort ook in Rhoon zou voorkomen volgens mededeeling van J. R. A. B. Tomlin, maar deze opgave moet sterk betwijfeld worden en berust, volgens Schepman, waarschijnlijk op verkeerde determinatie of verwisseling van etiquetten.

In Duitschland is ze, voor zoover wij weten, ook slechts eenmaal gesignaleerd en wel in Flensburg in Holstein.

In België eveneens eenmaal, reeds in 1865, door Colbeau -) tusschen Esschen en Calmpthout, dicht bij de Nederlandsche grens.

In tegenstelling met de molluskenfauna van de Noordduitsche laagvlakte wijkt die van Groot Britannië en Ierland in veel opzichten van de onze af. Waar deze landen een veel

1) in Brauer, Die Süsswasserfauna Deutschlands H. 19, 1909.

2) Colbeau, Ann. Soc. Malac. Belgique I, 1865.

Sluiten